Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Hovuma Magazijnstellingen B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 19 november 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:13266
Spoorwissel. Verweer van werkgever dient als niet ingediend te worden beschouwd in verband met ontbreken van een machtiging. Verzoek tot toekennen van ‘Xella-vergoeding’ toegewezen.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 1993 in loondienst getreden bij Hovuma Magazijnstellingen B.V. (hierna: Hovuma). Op 3 november 2021 heeft werknemer zich ziekgemeld. Na het doorlopen van de 104 weken wachttijd heeft Hovuma een loonsanctie gekregen en werd op 29 oktober 2024 het einde van de wachttijd bereikt. Uit de WIA-keuring volgt dat werknemer voor 100% is afgekeurd. Hij ontvangt vanaf 30 oktober 2024 een loongerelateerde WIA-uitkering. Na afloop van de wachttijd vroeg hij Hovuma om het dienstverband te beëindigen met betaling van de transitievergoeding. Hovuma werkte daar niet aan mee. De zaak was aanvankelijk met een dagvaarding gestart, terwijl een verzoekschrift nodig was. De rechter heeft dit hersteld via een zogenoemde spoorwissel. Werknemer verzoekt vaststelling dat Hovuma in strijd handelt met het Xella-arrest en daarom Hovuma te veroordelen tot  betaling van € 144.178,60 bruto aan schadevergoeding. Hovuma verscheen feitelijk niet geldig in de procedure, omdat degene die het verweer voerde geen machtiging had. Daarom werd het verweer als niet ingediend beschouwd.

Oordeel

Volgens het Xella-arrest moet een werkgever in beginsel meewerken aan beëindiging van een slapend dienstverband als een werknemer duurzaam arbeidsongeschikt is, tenzij er een gerechtvaardigd belang bestaat om het dienstverband in stand te houden. De kantonrechter vond dat Hovuma geen gerechtvaardigd belang had aangevoerd. Daarom handelde Hovuma in strijd met het goed werkgeverschap en met de uitgangspunten uit het Xella-arrest. Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming van Hovuma in de nakoming van de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. Door deze tekortkoming heeft werknemer schade geleden, die Hovuma moet vergoeden. Met werknemer is de kantonrechter van oordeel dat deze schade gelijk is aan de door hem misgelopen Xella-vergoeding, die door hem is berekend op € 82.223,24 bruto. Hovuma is niet in rechte verschenen en heeft de (hoogte van de) gevorderde schadevergoeding niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Ook is Hovuma veroordeeld tot uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen, vakantietoeslag en een bedrag aan provisie over de ziekteperiode.