Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 26 juni 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6746
Atypische afwezigheid vraagt om nader onderzoek, niet direct om ontslag op staande voet. Werkgeefster greep te snel naar het zwaarste middel; achter het gedrag van werknemer bleek een psychose te zitten.

Feiten

Werknemer is sinds juni 2025 als teamleider in dienst bij werkgeefster en was daarvoor al eerder bij haar werkzaam. Partijen spreken af dat werknemer per 2 februari 2026 tijdelijk op de vestiging in Rotterdam gaat werken. Op die dag verschijnt hij zonder bericht niet en is hij onbereikbaar. Werkgeefster sommeert hem diezelfde dag om uiterlijk de volgende dag contact op te nemen en op het werk te verschijnen, bij gebreke waarvan ontslag op staande voet volgt. Als een reactie uitblijft, ontslaat werkgeefster hem op 3 februari 2026 op staande voet wegens ongeoorloofde afwezigheid. Achteraf blijkt dat werknemer op dat moment een psychose doormaakte, waardoor hij het contact had verbroken en naar het buitenland was vertrokken. De bewindvoerder van werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag en doorbetaling van het loon. Werkgeefster verzoekt voorwaardelijk om ontbinding op de e-, h- of i-grond.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd. Werknemer had steeds naar behoren gefunctioneerd en had tot de geplande overplaatsing goed contact met werkgeefster. Zijn plotselinge afwezigheid en onbereikbaarheid waren daarom atypisch en hadden voor werkgeefster aanleiding moeten zijn nader onderzoek te doen. Door vrijwel direct met ontslag op staande voet te dreigen en dit een dag later uit te voeren, heeft zij te snel naar het zwaarste arbeidsrechtelijke middel gegrepen. Zij heeft onvoldoende toegelicht waarom een minder vergaande maatregel niet volstond en bovendien staat niet vast dat de waarschuwing werknemer heeft bereikt. Dat werkgeefster niet wist dat werknemer een psychose doormaakte en vanwege wanen naar het buitenland was vertrokken, maakt dit niet anders. Juist omdat de oorzaak van zijn ongebruikelijke gedrag onbekend was, mocht van haar meer zorgvuldigheid en nader onderzoek worden verwacht. Ook het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt afgewezen. De psychose lag ten grondslag aan het verbreken van het contact en het vertrek naar het buitenland, zodat werknemer daarvan onvoldoende een verwijt kan worden gemaakt voor ontbinding op de e-grond. De door werkgeefster gestelde veiligheidsrisico’s bij terugkeer zijn niet met objectieve medische gegevens onderbouwd en berusten grotendeels op hypothetische scenario’s, zodat ook de h-grond niet voldragen is. Evenmin bestaat grond voor ontbinding op de i-grond. De arbeidsovereenkomst blijft in stand en werkgeefster moet het achterstallige loon met wettelijke verhoging en rente betalen. Werkgeefster wordt veroordeeld in de proceskosten.