Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 26 augustus 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:6057
Feiten
De heer A (hierna: A) is enkele dagen werkzaam geweest voor een bedrijf (hierna: de bv) en ontving daarvoor een onkostenvergoeding van € 500. Metaalkanjers B.V. (hierna: Metaalkanjers) stelt dat de bv A in dienst heeft genomen omdat A gedurende een periode van drie à vier weken tegen betaling van € 500 per week arbeid heeft verricht, waarbij een medewerker instructies gaf aan A. De bv stelt dat enkel sprake is geweest van ‘meeloopdagen’ en er een eenmalige onkostenvergoeding is betaald. Volgens de bv is het niet mogelijk dat A langer heeft meegelopen vanwege de (onweersproken) zomersluiting van haar fabriek. Metaalkanjers vordert een bemiddelingsvergoeding en betaling van een contractuele boete van de bv. In het tussenvonnis van 6 augustus 2025 heeft de kantonrechter Metaalkanjers opgedragen te bewijzen wat zij stelt ter onderbouwing van haar vordering.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Metaalkanjers is niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Metaalkanjers heeft alleen een getuigenverklaring van A overgelegd. De getuigenverklaring is niet consistent met eerdere verklaringen van A over zowel de duur van de verrichte arbijd en de periode waarin A zegt te hebben meegedraaid. Ook kan A zich onvoldoende herinneren hoeveel hij betaald heeft gekregen door de bv, waardoor niet kan komen vast te staan dat hij € 500 per week betaald kreeg. A heeft weliswaar verklaard over de instructies die hij ontving, maar daarmee kan niet worden voldaan aan de bewijsopdracht nu de andere elementen van die opdracht betreffende de periode van tewerkstelling en het loon niet zijn bewezen. De vordering van Metaalkanjers wordt daarom afgewezen. Metaalkanjers wordt in de proceskosten veroordeeld.
