Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/EPAM SYSTEMS NETHERLANDS B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 augustus 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8666
Geen recht op loonsverhoging, omdat niet is komen vast te staan dat werkgever en werknemer daarover overeenstemming hebben bereikt.

Feiten

Werknemer is op 4 september 2023 in dienst getreden bij Epam in een salesfunctie, met een salaris van € 10.000 bruto per maand inclusief vakantiegeld en een bonusregeling. In februari en maart 2024 spraken werknemer en zijn leidinggevende over een mogelijke salarisverhoging gekoppeld aan het behalen van bepaalde commerciële doelen. Werknemer legde vervolgens in een e-mail aan HR vast dat volgens hem een gentleman's agreement was gesloten: zijn jaarsalaris zou onder bepaalde voorwaarden telkens met € 10.000 worden verhoogd. Zijn leidinggevende reageerde niet op deze e-mail en reageerde later met een duimpje op een bericht waarin werknemer naar de salarisverhoging verwees. Partijen kregen vervolgens discussie over de vraag of er daadwerkelijk een loonsverhoging was overeengekomen. Werknemer vordert betaling van het achterstallige loon omdat volgens hem aan meerdere voorwaarden voor salarisverhoging was voldaan. Epam betwist dat ooit overeenstemming is bereikt en stelt bovendien dat de leidinggevende niet bevoegd was een salarisverhoging overeen te komen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat een loonsverhoging is overeengekomen. Voor een overeenkomst is aanbod en aanvaarding vereist. Uit de gesprekken en berichten blijkt wel dat partijen over een mogelijke verhoging spraken, maar niet dat de leidinggevende het voorstel van werknemer heeft aanvaard. Dat de leidinggevende niet reageerde op de e-mail en later een duimpje-emoji stuurde, is onvoldoende om instemming aan te nemen. Daarbij weegt mee dat arbeidsvoorwaarden binnen Epam normaliter uitgebreid schriftelijk worden vastgelegd en de gestelde loonsverhoging niet in het addendum bij de arbeidsovereenkomst stond. Bovendien waren de voorwaarden van de gestelde afspraak onvoldoende duidelijk. De loonvorderingen van werknemer worden daarom afgewezen. De kantonrechter hoeft vervolgens niet meer te beoordelen of de leidinggevende bevoegd was de salarisverhoging overeen te komen.