Naar boven ↑

Rechtspraak

Nina.Care B.V./Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 19 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6018
Werkgever valt onder verplichtstelling van Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn, omdat hij zich bezighoudt met (bemiddeling bij) gastouderopvang en daarmee kwalificeert als ‘werkgever in de kinderopvang’.

Feiten

Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (hierna: PFZW) is een bedrijfstakpensioenfonds voor de sector Zorg en Welzijn. Volgens het verplichtstellingsbesluit geldt de verplichte deelneming voor ‘werkgevers in de kinderopvang’. Tot 2022 vielen daar ook werkgevers onder die tegen vergoeding bemiddelende diensten verrichten ten behoeve van kinderopvang. Vanaf 2022 wordt (bemiddeling bij) gastouderopvang expliciet genoemd.

Nina.Care is in 2020 opgericht en exploiteert een online platform voor culturele uitwisseling via au-pairmatching. Daarnaast hield zij zich bezig met oppasactiviteiten. PFZW stelt dat Nina.Care zich ook bezighield met (bemiddeling bij) gastouderopvang en daarom verplicht bij PFZW moest zijn aangesloten. Nina.Care betwist dit. Volgens haar ging het slechts om een tijdelijke pilot in de startupfase en was de omzet uit gastouderbemiddeling verwaarloosbaar. Nina.Care vordert een verklaring voor recht dat zij niet, althans gedurende bepaalde periodes niet, onder de werkingssfeer van PFZW valt. PFZW vordert in reconventie onder meer een verklaring voor recht dat Nina.Care vanaf 5 juni 2020 tot 1 januari 2024 onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt en verplicht is aangesloten bij PFZW. Daarnaast vordert PFZW dat Nina.Care haar werknemers over deze periode bij PFZW aanmeldt en pensioenpremies betaalt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat (bemiddeling bij) gastouderopvang ook vóór 2022 onder de verplichtstelling van PFZW viel. De wijziging van de definitie in 2022 betekende geen materiële uitbreiding van de verplichtstelling. Ook vóór 2022 moest het voor een werkgever redelijkerwijs duidelijk zijn dat bemiddeling bij gastouderopvang onder kinderopvang viel. Verder oordeelt de kantonrechter dat Nina.Care zich daadwerkelijk meerdere jaren heeft beziggehouden met bemiddeling bij professionele gastouderopvang. Zij presenteerde zich als gastouderbureau, dit stond als activiteit in haar oprichtingsakte en jaarrekeningen, zij was geregistreerd als gastouderbureau en ontving een vergoeding voor de bemiddeling. Ook leidde zij oppassers op tot gastouders. Volgens de kantonrechter blijkt hieruit dat Nina.Care deze activiteiten feitelijk verrichtte en daarmee omzet genereerde. De omzet uit gastouderactiviteiten was volgens de kantonrechter bovendien niet verwaarloosbaar. Nina.Care was daarom vanaf het moment dat zij werknemers in dienst kreeg, dus vanaf 1 november 2020 tot 1 januari 2024, verplicht deel te nemen aan de pensioenregeling van PFZW. De vordering van Nina.Care wordt afgewezen. De vordering van PFZW wordt in zoverre toegewezen dat Nina.Care haar werknemers over deze periode bij PFZW moet aanmelden en de benodigde gegevens moet verstrekken. Ook moet Nina.Care pensioenpremies betalen. De vordering van PFZW tot betaling van vervangende premienota’s en kosten wordt afgewezen omdat deze te onbepaald is.