Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 augustus 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10620
Feiten
Werknemer is in dienst geweest bij Wavin en nam daar deel aan de pensioenregeling voor ouderdomspensioen, invaliditeitspensioen, partner- en wezenpensioen. Wavin had de pensioenregeling ondergebracht bij Stichting pensioenfonds Wavin, later Stichting pensioenfonds Owase en daarna het Pensioenfonds. Het Pensioenfonds had het invaliditeitspensioen van werknemer herverzekerd bij NN, destijds Delta Lloyd. Werknemer is in oktober 1989 arbeidsongeschikt geraakt. Het Pensioenfonds heeft vervolgens tot de leeftijd van 65 jaar een invaliditeitspensioen aan werknemer uitgekeerd. Op 5 april 1991 heeft werknemer een brief van Delta Lloyd ontvangen waarin staat dat Wavin om een premievrijstelling had verzocht en dat Delta Lloyd deze had verleend. Werknemer denkt op basis van deze brief dat bij NN nog een pensioenpolis voor ouderdomspensioen voor hem bestaat. Werknemer vordert dat NN, Wavin en het Pensioenfonds worden veroordeeld om de tussen hen gesloten collectieve polis/pensioenverzekering, waaronder de pensioenpolissen van werknemer vallen, inclusief eventuele bijlagen en van toepassing zijnde algemene verzekeringsvoorwaarden, te verstrekken. Ook vordert werknemer verstrekking van de statuten van Wavin die golden toen hij arbeidsongeschikt werd.
Oordeel
De kantonrechter wijst de vorderingen af. Omdat de statuten van Wavin al aan werknemer zijn verstrekt, heeft hij geen belang meer bij het deel van zijn vordering dat daarop ziet. Ook aan de voorwaarden voor inzage in de collectieve polis/pensioenverzekering is niet voldaan. Werknemer moet onder meer voldoende belang hebben bij inzage en het moet vaststaan dat degene van wie inzage wordt verlangd over de documenten beschikt. Volgens de kantonrechter heeft werknemer onvoldoende belang en staat bovendien niet vast dat NN c.s. over de gevraagde stukken beschikken. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat hij bij NN nog aanspraak kan maken op een ouderdomspensioen. Hij wil de stukken inzien omdat hij wil weten waar hij recht op heeft en vermoedt dat er bij NN nog een polis voor ouderdomspensioen voor hem bestaat. Volgens NN c.s. zijn de pensioenaanspraken van werknemer uitsluitend geregeld in de pensioenovereenkomst met Wavin en het pensioenreglement van het Pensioenfonds. De overeenkomst met NN was volgens hen een herverzekeringsovereenkomst voor het invaliditeitspensioen. NN heeft als herverzekeraar het financiële risico van arbeidsongeschiktheid of invaliditeit herverzekerd en het invaliditeitspensioen aan het Pensioenfonds uitgekeerd, waarna het Pensioenfonds dit aan werknemer heeft uitgekeerd. Werknemer heeft dit onvoldoende weersproken. Ook de brief van 5 april 1991 geeft volgens de kantonrechter onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat er nog een afzonderlijke ouderdomspensioenpolis bij NN bestaat. Dat in de brief over een premievrijstelling wordt gesproken, is daarvoor evenmin voldoende. Uit een latere brief kan volgens de kantonrechter worden afgeleid dat de premievrijstelling betrekking had op de premie die Wavin aan NN verschuldigd was voor de herverzekering van het invaliditeitspensioen. Daarnaast staat niet vast dat NN c.s. nog over de gevraagde stukken beschikken. Zij hebben aangevoerd dat de overeenkomst tussen NN en het Pensioenfonds in 1994 is geëindigd en dat het dossier na het verstrijken van de bewaartermijn is geschoond. Werknemer heeft dit onvoldoende weersproken. De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat werknemer onvoldoende belang heeft bij inzage en dat bovendien niet vaststaat dat NN c.s. over de gevraagde stukken beschikken. De vorderingen worden daarom afgewezen. De proceskosten komen voor rekening van werknemer. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
