Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7774
Feiten
Werknemer is bij werkgever in dienst geweest. Bij brief van 28 augustus 2023 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 oktober 2023. Werkgever stelt dat werknemer het ontslag te laat aan de salarisadministratie heeft doorgegeven, waardoor in oktober 2023 onterecht een bedrag van € 2.685,30 aan loon aan werknemer is betaald. In november 2023 is de eindafrekening opgemaakt, op grond waarvan werknemer nog € 2.148,89 zou ontvangen (vakantietoeslag en gedeelte eindejaarsuitkering). Het op grond van de eindafrekening uit te betalen bedrag is verrekend met het te veel betaalde loon van oktober 2023, zodat nog een te veel ontvangen bedrag van ruim € 500 resteert. Werknemer heeft dit bedrag niet aan werkgever terugbetaald. Werkgever vordert veroordeling van werknemer tot betaling van ruim € 500 en een bedrag aan vervallen rente en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente en betaling van de proceskosten.
Oordeel
Werkgever blinkt niet uit in heldere en duidelijke communicatie. Met werknemer is de kantonrechter van oordeel dat uit de salariscorrecties niet duidelijk blijkt dat werknemer een bedrag moet terugbetalen. Uit de factuur blijkt dat er een bedrag van € 536,41 betaald dient te worden, maar waarop dit negatief salaris betrekking heeft blijkt evenmin. Er is geen toelichting gegeven. Het is begrijpelijk dat werknemer er dan niets van begrijpt. Hij heeft de moeite genomen om contact op te nemen met werkgever. Gelet op het onderwerp van de e-mailberichten kan werknemer niet verweten worden dat hij (vermoedelijk) contact heeft opgenomen met de patiëntenadministratie in plaats van de salarisadministratie. Ook zijn twee herinneringen naar een verkeerd adres gestuurd. In de aanmaningen die naar werknemers e-mailadres zijn gestuurd wordt gesproken over een openstaand bedrag zonder een toelichting waarop dat bedrag betrekking heeft. Later wordt er in de correspondentie gesproken over een getroffen betalingsregeling, die niet wordt nagekomen, terwijl werknemer stelt geen betalingsregeling te hebben getroffen. In de bij dagvaarding overgelegde aanmaning wordt toegelicht dat het openstaande bedrag betrekking heeft op onverschuldigde betaling: dat werknemer een betaling heeft ontvangen die niet voor hem bestemd was en dat hij dit dient terug te betalen. Gelet echter op het feit dat werknemer de ontvangst daarvan betwist en bij gebreke van een ontvangstbevestiging (op de verzender, in dit geval Janssen & Janssen gerechtsdeurwaarders, de gemachtigde van werkgever, rust de bewijslast dat werknemer die brief ontvangen heeft) is niet komen vast te staan dat werknemer die bescheiden heeft ontvangen. Nu vaststaat dat werknemer € 536,41 te veel heeft ontvangen (werknemer heeft de omvang van dit bedrag niet betwist) en werknemer bereid is om dit bedrag alsnog te voldoen, ligt dit deel van de vordering voor toewijzing gereed. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, liggen de gevorderde vervallen wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor afwijzing gereed. De kantonrechter sluit niet uit dat indien werkgever buiten rechte duidelijk gecommuniceerd had, werknemer was overgaan tot terugbetaling van het door werkgever te veel betaalde bedrag. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
