Rechtspraak
Feiten
De Gitstap exploiteert een horecagelegenheid waar praktijkplaatsen en stageplekken worden aangeboden. Werknemer volgde bij Gilde Opleidingen de BBL-opleiding keuken (zelfstandig werkend kok). Werknemer, de Gitstap en Gilde Opleidingen sloten een praktijkovereenkomst. Werknemer werkte 32 uur per week bij de Gitstap en ging 6 uur per week naar school. In januari 2026 was de Gitstap ontevreden over het functioneren van werknemer en zijn beheersing van de Nederlandse taal. In gesprekken met werknemer en Gilde Opleidingen is gesproken over verbetering van zijn inzet en leerhouding. Ook werd besproken dat een BOL-opleiding mogelijk beter bij zijn niveau en taalvaardigheid zou passen. Werknemer wilde hier niet naar overstappen. Op 29 januari 2026 gaf de Gitstap aan de samenwerking te willen beëindigen. De werkzaamheden eindigden vervolgens per 31 januari 2026. Werknemer stopte daarna ook met zijn opleiding. Werknemer stelt dat naast de praktijkovereenkomst sprake was van een mondelinge arbeidsovereenkomst. Volgens hem volgt uit de horeca-cao dat een BBL-student naast de praktijkovereenkomst een arbeidsovereenkomst met het leerbedrijf heeft. Hij verrichtte volgens hem vooral eenvoudige ondersteunende werkzaamheden die nuttig waren voor de bedrijfsvoering. Werknemer verzoekt om vast te stellen dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Daarnaast vordert hij nabetaling van het cao-loon, uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren, een vergoeding wegens de onregelmatige beëindiging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Ook verzoekt hij om correcte salarisspecificaties en verstrekking van de juiste gegevens aan het UWV.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat naast de praktijkovereenkomst sprake was van een mondelinge arbeidsovereenkomst. Op grond van de horeca-cao was het aangaan van een arbeidsovereenkomst bij een BBL-traject niet ter vrije keuze van partijen. De arbeidsovereenkomst is volgens de kantonrechter ook niet rechtsgeldig geëindigd. De Gitstap heeft niet aangetoond dat de praktijkovereenkomst schriftelijk en rechtsgeldig was beëindigd. De gesprekken met werknemer en Gilde Opleidingen waren daarvoor onvoldoende. De mondelinge opzegging door de Gitstap was daarom onregelmatig. Werknemer krijgt daarom een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding ten bedrage van € 1.500. Bij de billijke vergoeding houdt de kantonrechter rekening met de gevolgen van het ontslag. Het verlies van de praktijkplaats had een negatieve invloed op werknemers opleiding en gezondheid. Er is niet niet gebleken van onvoldoende begeleiding op de werkvloer. Ook de loonvordering en de vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren worden toegewezen. De Gitstap had erkend dat een oude versie van de cao was gebruikt bij de salarisadministratie. De juiste einddatum en salarisgegevens moeten bovendien aan het UWV worden doorgegeven. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De Gitstap wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.
