Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 16 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5111
Werkgever (uitzendbureau) aansprakelijk voor ongeval werknemer met fileermachine waarbij vinger is gebroken en hand uit de kom is geraakt. Niet voldaan aan de zorgplicht.

Feiten

Werknemer is per 6 april 2023 in dienst getreden bij werkgever. Werkgever is gespecialiseerd in het leveren van personeel voor productie- en schoonmaakwerk, met name in slachterijen en verwerkingsbedrijven. Werknemer is als uitzendkracht ter beschikking gesteld aan een pluimveeslachterij. Op 30 december 2023 heeft een bedrijfsongeval plaatsgevonden waarbij werknemer met zijn hand in een fileermachine terecht is gekomen. Werknemer heeft hierbij zijn linkerwijsvinger gebroken, daarnaast was zijn  hand uit de kom. Werknemer is hierdoor arbeidsongeschikt geraakt en werd vanwege het uitzendbeding in zijn arbeidsovereenkomst ook werkloos. Voorafgaand aan het ongeval heeft de Arbeidsinspectie geconstateerd dat de RI&E niet volledig was. Op de locatie waar het bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden, heeft enkele maanden eerder een ander bedrijfsongeval plaatsgevonden. Werknemer verzoekt, onder meer, een verklaring voor recht dat werkgever en de inlener hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de geleden en nog te lijden (im)materiële schade als gevolg van het arbeidsongeval.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever geeft zijn werknemers opdracht om bij de inlener schoon te maken en houdt toezicht. De inlener weet niet welke werknemers werkgever inzet, de inlener is niet aanwezig en houdt geen toezicht tijdens de schoonmaakwerkzaamheden; werkgever geeft instructies en verstrekt materialen. Dat leidt ertoe dat de inlener niet aansprakelijk is. De vorderingen van werknemer jegens de inlener zullen daarom worden afgewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter is ten aanzien van het ongeval onvoldoende gebleken dat werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Daarvoor is van belang dat werkgever eerder is geconfronteerd met een ongeval en de Arbeidsinspectie al in 2022 een waarschuwing heeft gegeven met betrekking tot het schoonmaken van de machines die niet worden stilgezet. Gelet daarop mocht van werkgever extra zorg voor zijn werknemers worden verwacht, zoals het deugdelijk instrueren en waarschuwen en het voldoende toezicht houden op de naleving van de veiligheidsvoorschriften. Dit volgt ook uit de brief van de Arbeidsinspectie na de herinspectie, een maand voor het ongeval van werknemer, waarin wordt benadrukt dat het punt van voorlichting, onderricht en toezicht een kwetsbaar punt is en dat werkgever bezig zal moeten blijven om het veiligheidsbewustzijn van zijn werknemers te onderhouden en te vergroten. Hoewel aan werkgever kan worden toegegeven dat hij ook vóór het ongeval al positieve stappen had gezet door advies in te winnen en zijn RI&E aan te passen, heeft hij onvoldoende kunnen onderbouwen dat hij werknemer voldoende heeft geïnstrueerd over de wijze waarop de machine veilig kan worden schoongemaakt. Niet is gebleken dat hij werknemer uitdrukkelijk en bij herhaling heeft gewaarschuwd voor de veiligheidsrisico’s en heeft gewezen op de veiligheidsinstructies, bijvoorbeeld door deze door werknemer te laten ondertekenen. Evenmin is voldoende gebleken dat werkgever heeft gezorgd voor voldoende toezicht op naleving van deze werkinstructies. De Arbeidsinspectie is ook tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een overtreding door werkgever door werknemer reinigingswerkzaamheden te laten uitvoeren terwijl het systeem niet was uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos was gemaakt, terwijl dit wel mogelijk was. Daardoor konden de werkzaamheden niet veilig worden uitgevoerd.
De verklaring voor recht dat werkgever als werkgever van werknemer aansprakelijk is voor de schade die hij als gevolg van het bedrijfsongeval heeft geleden en nog zal lijden, wordt toegewezen. Ten aanzien van de gestelde materiële schade zal een voorschot ter hoogte van de posten eigen bijdrage medische kosten (€ 385) en eigen bijdrage fysiotherapie (€ 425) worden toegewezen. De overige gevorderde stelposten en voorschotten zullen worden afgewezen, aangezien werkgever deze gemotiveerd heeft betwist en werknemer deze niet heeft onderbouwd. De kantonrechter heeft voor de beoordeling van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de ‘Rotterdamse schaal’. Werknemer heeft ter zitting verklaard dat hij momenteel beperkingen ondervindt als gevolg van zijn letsel, maar hij nog niet weet of deze beperkingen chronisch zijn of dat er nog herstel mogelijk is. De kantonrechter zal bij deze stand van zaken een voorschot toewijzen van € 5.000. De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd toegewezen, voor een bedrag van € 5.000. Werkgever wordt in de kosten van het deelgeschil veroordeeld. Wel wordt het uurtarief van de letselschadespecialist gematigd van € 320 per uur naar € 265 per uur.