Naar boven ↑

Rechtspraak

bewindvoerder/ werkgever c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 29 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7667
Loonvordering door bewindvoerder: werkgever heeft het loon rechtstreeks aan werknemer betaald, terwijl werknemer onder bewind stond en niet bevoegd was om deze betaling in ontvangst te nemen. Werkgever c.s. heeft dan ook niet bevrijdend betaald.

Feiten

Werkgever c.s. is exploitant van kermisattracties. Werknemer is onder bewind gesteld. Werknemer heeft in de periode van 1 juli 2024 tot en met 16 augustus 2024 gewerkt voor werkgever c.s. Werkgever c.s. heeft het salaris over de gewerkte periode rechtstreeks aan werknemer betaald. Op 11 februari 2026 heeft zijn bewindvoerder werkgever c.s. gesommeerd om het ten onrechte aan werknemer betaalde bedrag alsnog aan haar te betalen. Tot het moment van dagvaarden heeft werkgever c.s. niet betaald. De bewindvoerder vordert hoofdelijke veroordeling van werkgever c.s. tot betaling van loon, te vermeerderen met rente en kosten.

Oordeel

Tijdens het bewind komt het beheer over de onder bewind staande goederen niet toe aan de rechthebbende maar aan de bewindvoerder. Door het bewind was werknemer ook niet bevoegd om de betaling in ontvangst te nemen. Nu daadwerkelijk is betaald aan iemand die niet bevoegd was om deze betaling in ontvangst te nemen, leidt dit tot de vaststelling dat werkgever c.s. niet bevrijdend heeft betaald. Dat werkgever c.s. niet wist dat werknemer onder bewind stond, leidt niet tot een ander oordeel. Op grond van artikel 6:34 BW kan enkel sprake zijn van een bevrijdende betaling wanneer werkgever c.s. op redelijke gronden had mogen aannemen dat werknemer gerechtigd was om de betaling te ontvangen. Omdat het bewind van werknemer is ingeschreven in de openbare registers had werkgever c.s. kunnen weten dat werknemer niet gerechtigd was om de betaling te ontvangen. Dat betekent dat werkgever c.s. nog steeds een verplichting tot betaling van het loon heeft. De vordering wordt toegewezen.