Rechtspraak
Feiten
Werknemer is sinds 19 januari 2026 in dienst bij werkgever in de functie van allround medewerker met een loon van € 2.925 bruto per maand. Het betreft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden met een opzegtermijn van één maand. Op 12 februari 2026 heeft werkgever de arbeidsovereenkomst per direct opgezegd. Werknemer verzoekt om toekenning van achterstallig loon en een billijke vergoeding. Tevens verzoekt hij werkgever te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Volgens werknemer is de opzegging niet rechtsgeldig. Werknemer heeft zich beschikbaar gesteld voor werk. Werkgever verschijnt niet in de procedure.
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat werkgever een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft gesloten met werknemer. De ingangsdatum is 19 januari 2026. Tussen partijen is geen proeftijd overeengekomen. Wel zijn partijen de mogelijkheid van een tussentijdse beëindiging overeengekomen met een opzegtermijn van één maand. Werkgever diende de opzegging schriftelijk vast te leggen. Vast staat ook dat werkgever op 12 februari 2026 werknemer via whatsapp heeft bericht dat de arbeidsovereenkomst per direct werd beëindigd. Werkgever heeft geen loon betaald, niet over de periode van 19 januari 2026 tot 12 februari 2026, noch nadien. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van een vernietigbare opzegging. Ook als wordt aangenomen dat het Whatsappbericht als een schriftelijke kennisgeving kan worden beschouwd als bedoeld in de arbeidsovereenkomst, dan staat vast dat werkgever niet de wettelijke opzegtermijn in acht heeft genomen die tussen partijen was overeengekomen. Hoewel uit het handelen van werkgever zou kunnen worden begrepen dat de arbeidsovereenkomst zou zijn opgezegd wegens een dringende reden, dan blijkt dit op geen enkele wijze. Ook is niet gebleken van een situatie als bedoeld in een van de andere omstandigheden zoals weergegeven in artikel 7:681 BW, zodat van een geldige opzegging niet is gebleken. Omdat werknemer berust in de vernietigbare opzegging heeft de kantonrechter, naast de toekenning van de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding, de hoogte van de billijke vergoeding vastgesteld op € 5.000 bruto.
