Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5589
Feiten
Werknemer is op 22 maart 2021 in dienst getreden bij werkgeefster. Zijn loon bedraagt € 3.664,76 bruto per maand. Op 2 november 2023 heeft werknemer op staande voet ontslag genomen, omdat hij op 30 oktober 2023 tijdens een gesprek door werkgeefster zou zijn geïntimideerd waarbij er sprake zou zijn van grensoverschrijdend gedrag. Werkgeefster was ontevreden over de houding en prestaties van werknemer en stelde hem voor de keuze: beëindiging met wederzijds goedvinden per 1 januari 2024 dan wel een verbetertraject ingaan. Werknemer is vervolgens enige tijd uit de running. Op 23 april 2026 heeft de gemachtigde van werknemer een verzoekschrift ingediend met daarin onder meer het verzoek om toekenning van een transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en achterstallig loon. Werkgeefster stelt dat werknemer niet-ontvankelijk is wegens het te laat indienen van het verzoekschrift en verzoekt onder meer werknemer te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding.
Oordeel
Vervaltermijnen overschreden, zowel door werknemer als door werkgeefster
Het verzoek van werknemer om toekenning van de gefixeerde schadevergoeding en toekenning van een transitievergoeding wordt afgewezen, omdat voor een verzoek om een gefixeerde schadevergoeding een vervaltermijn van twee maanden geldt en voor een verzoek om een transitievergoeding een vervaltermijn van drie maanden. Ook voor werkgeefster geldt dat het verzoek om toekenning van de gefixeerde schadevergoeding niet binnen de vervaltermijn is ingediend.
Dringende reden ontbreekt
De kantonrechter heeft aan de hand van een geluidsopname het gesprek van 30 oktober 2023 beluisterd en komt tot het oordeel dat het gesprek weliswaar onaangenaam en emotioneel was, maar dat er geen sprake was van een bedreiging of intimidatie die het ontslag op staande voet door werknemer rechtvaardigde. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst dan ook onregelmatig opgezegd en is daardoor een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. Een deel van deze vergoeding heeft werkgeefster destijds verrekend met de eindafrekening. Ten aanzien van het restant van de gefixeerde schadevergoeding is werkgeefster wegens het te laat indienen van het verzoek niet-ontvankelijk.
