Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Doetinchem/werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 27 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6316
Medewerker servicedesk ICT van de gemeente Doetinchem verduistert tientallen laptops en tablets. Gefixeerde schadevergoeding toegewezen aan de gemeente, onderzoekskosten gematigd toegewezen, evenals volledige schadevergoeding in verband met verdwenen apparatuur.

Feiten

Werknemer is per 17 februari 2025 in dienst getreden bij de gemeente Doetinchem (hierna: de gemeente) in de functie van medewerker servicedesk ICT. Op 5 februari 2026 heeft de gemeente een controle uitgevoerd door middel van een voorraadtelling met betrekking tot de aanwezige gebruikersapparatuur. Daaruit bleek dat er een aantal Microsoft Surfaces en HP-laptops ontbraken. Met werknemer en diens collega’s is deze situatie besproken. Vervolgens heeft Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hoffmann) een onderzoek uitgevoerd. Werknemer heeft in gesprek met Hoffmann toegegeven tientallen Surfaces (tablets) te hebben meegenomen en te hebben verkocht via Marktplaats. Op 4 maart 2026, de dag van het gesprek met Hoffmann, is werknemer op staande voet ontslagen. In de nasleep van het ontslag bleek dat meerdere partijen die Surfaces en laptops bij werknemer hadden besteld, deze nooit geleverd hadden gekregen. De gemeente verzoekt een verklaring voor recht dat de gefixeerde schadevergoeding rechtsgeldig met de eindafrekening is verrekend, veroordeling van werknemer tot het betalen van de gefixeerde schadevergoeding én werknemer te veroordelen tot het betalen van de onderzoekskosten van Hoffmann, advocaatkosten en een schadevergoeding van ruim € 43.000.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het restant aan gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. Voor matiging is geen aanleiding. Vooropgesteld wordt dat terughoudendheid moet worden betracht bij de beoordeling van een beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. De door werknemer aangevoerde omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat toewijzing van de gevorderde gefixeerde schadevergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is of anderszins onbillijk is. De financiële problemen van werknemer bestonden namelijk al ten tijde van de door hem verrichte gedragingen en hebben bovendien geen betrekking op de arbeidsrelatie met de gemeente. Ook heeft werknemer tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de ‘schone lei’ in het kader van het minnelijke schuldsaneringstraject inmiddels toch is verleend. Dat werknemer mogelijk door de uitkomst in deze procedure opnieuw in de financiële problemen zal geraken, maakt het voorgaande niet anders. De nevenverzoeken van de gemeente houden, in het licht van artikel 7:686a lid 3 BW, volgens de kantonrechter verband met het einde van de arbeidsovereenkomst en zullen daarom inhoudelijk worden beoordeeld. Overwogen wordt dat de gemeente in redelijkheid kon overgaan tot het laten verrichten van (extern) onderzoek naar de ontbrekende apparatuur. Zij is eerst zelf op zoek gegaan naar de ontbrekende apparatuur en vervolgens heeft in groepsverband een gesprek plaatsgevonden met de werknemers van de afdeling waar werknemer werkzaam was. Werknemer heeft zowel aan de zoektocht als het gesprek deelgenomen en heeft, hoewel hij daartoe wel de mogelijkheid had, niet opgebiecht dat hij verantwoordelijk was voor het ontbreken van de apparatuur. Pas daarna heeft de gemeente een extern onderzoek laten verrichten waaruit de omvang van de schade duidelijk werd. Ten aanzien van de hoogte van de kosten is de kantonrechter van oordeel dat een deel daarvan niet redelijk is. Niet gesteld of gebleken is dat (en welke) handelingen een bijzondere expertise vergen die het uurtarief van ca. € 250 rechtvaardigen. Het gedeelte dat de gemeente meer heeft betaald aan Hoffmann dan € 150 per uur hoeft niet voor rekening van werknemer behoeft te komen; er wordt € 10.428,22 aan onderzoekskosten toegewezen. De advocaatkosten van de gemeente zien op de advisering over het ontslag op staande voet, het opstellen van de ontslagbrief en het daaropvolgende verhaal van de schade. Deze zijn volgens de kantonrechter niet meer redelijkerwijs toe te rekenen aan de gedragingen van werknemer, ze staan in een te ver verwijderd verband van de gedragingen van werknemer om voor vergoeding in aanmerking te komen. De schade vanwege de verdwenen apparatuur is een rechtstreeks gevolg van de handelingen van werknemer. Op het door de gemeente overgelegde overzicht van ontbrekende apparaten staan dertig laptops die een schadebedrag van € 36.606,99 vertegenwoordigen. Daarnaast rekent de gemeente nog een bedrag van € 6.817,08 aan schade. De kantonrechter ziet niet in op welke (rechts)grond het toe te wijzen bedrag zou moeten of kunnen worden gematigd. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 43.424,07 aan schadevergoeding vanwege de ontbrekende apparatuur en hij wordt in de proceskosten veroordeeld.