Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 8 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6552
Werknemer heeft te laat geklaagd over de wijze waarop werkgeefster het pensioengevend salaris berekende en heeft daarmee zijn klachtplicht van artikel 6:89 BW geschonden.

Feiten

Werknemer is op 2 januari 2013 voor de duur van één jaar bij werkgeefster in dienst getreden als leerling ROV Pilot/Technician. Per 2 januari 2014 is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voortgezet. Naast zijn reguliere uurloon ontving werknemer voor offshorewerkzaamheden een afzonderlijke dagvergoeding. Het dienstverband is per 1 februari 2024 geëindigd nadat werknemer 104 weken arbeidsongeschikt was geweest. Op de arbeidsovereenkomst waren verschillende arbeidsvoorwaarden van toepassing, waaronder een collectieve pensioenregeling. Op grond daarvan werd het pensioengevend salaris berekend aan de hand van dertien maal het vierwekelijkse periodeloon, vermeerderd met vakantietoeslag. Werkgeefster berekende de pensioenpremie uitsluitend over het basisloon en nam de offshorevergoeding niet mee in het pensioengevend salaris. Werknemer stelde zich bij brief van zijn gemachtigde van 24 april 2023 op het standpunt dat hierdoor te weinig pensioenpremie was afgedragen. Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat voor het pensioengevend salaris moet worden aangesloten bij zijn daadwerkelijk ontvangen loon, herberekening en afdracht van zijn pensioenaanspraken en vergoeding van het daardoor gemiste rendement. Werkgeefster betwist dat de offshorevergoeding onderdeel is van het pensioengevend salaris en voert onder meer aan dat werknemer zijn klachtplicht heeft geschonden.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Klachtplicht
Op grond van artikel 6:89 BW kan een schuldeiser geen beroep meer doen op een gebrek in een prestatie indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken daarover heeft geklaagd. Bij de beoordeling of tijdig is geklaagd, moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, waaronder het nadeel dat de schuldenaar door het late klagen ondervindt. De klachtplicht is ook van toepassing op vorderingen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft pas op 24 april 2023 bij werkgeefster geklaagd over de berekening van zijn pensioengevend salaris. Volgens de kantonrechter had hij echter al veel eerder kunnen ontdekken dat werkgeefster alleen het basisloon als uitgangspunt nam. Werknemer ontving in de eerste jaren van zijn dienstverband jaarlijkse pensioenoverzichten waaruit hij dit had kunnen afleiden. Dat hij deze overzichten vanaf 2016 door een administratieve fout niet meer ontving, maakt dit niet anders. Hij wist dat hij recht had op deze overzichten en had bij werkgeefster naar het uitblijven daarvan kunnen informeren. Ook uit zijn loonstroken kon werknemer afleiden dat zijn pensioenpremie niet over zijn daadwerkelijk verdiende loon, inclusief de offshorevergoeding, werd berekend. De werknemersbijdrage bleef immers nagenoeg gelijk, ook in perioden waarin hij vanwege offshorewerkzaamheden aanzienlijk meer verdiende. Werknemer had daarom al veel eerder kunnen constateren op welke grondslag zijn pensioen werd berekend. Het late klagen heeft werkgeefster bovendien in haar belangen geschaad. Bij een eventuele tekortkoming zou de pensioenopbouw over het gehele dienstverband moeten worden herberekend, inclusief het gemiste rendement. Indien werknemer eerder had geklaagd, had werkgeefster de gevolgen van een eventuele tekortkoming kunnen beperken. De kantonrechter oordeelt daarom dat werknemer zijn klachtplicht heeft geschonden. Zijn rechten met betrekking tot de gestelde tekortkoming zijn daarmee vervallen en zijn vorderingen worden afgewezen. De kantonrechter komt niet toe aan de inhoudelijke vraag of de offshorevergoeding onderdeel vormt van het pensioengevend salaris.