Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Ecclesia B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 26 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8504
Werkneemster deelt klantinformatie en maakt de overstap naar diezelfde klant. Geen onrechtmatige concurrentie, maar wél overtreding van het relatie- en geheimhoudingsbeding: € 20.000 boete.

Feiten

Werkneemster is op 1 juli 2015 in dienst getreden bij Ecclesia B.V., laatstelijk in de functie van sector leader transport & logistics (accountmanager). In deze functie was zij verantwoordelijk voor verschillende grote klanten, waaronder de PP-Groep. Zij had daardoor intensief contact met deze klant en beschikte over informatie over de assurantieportefeuille, schadeafhandeling en polissen van de PP-Groep. In oktober en november 2024 heeft werkneemster meerdere e-mails aan de PP-Groep gestuurd, waarbij onder meer overzichten van schades en polissen en andere interne documenten werden gedeeld. Op 3 december 2024 heeft de PP-Groep de samenwerking met Ecclesia beëindigd wegens onvrede over de dienstverlening. Daarbij heeft de PP-Groep aangegeven werkneemster te willen overnemen. Ecclesia heeft meegedeeld dat dit gelet op het relatiebeding niet mogelijk was. Werkneemster heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de beëindiging van de samenwerking en stelde geen aanbod van de PP-Groep te hebben ontvangen. Hierna hebben verschillende collega's aan Ecclesia gemeld dat werkneemster hen zou hebben benaderd met plannen om voor zichzelf te beginnen. Werkneemster is hiermee geconfronteerd, maar heeft de beschuldigingen betwist. Zij is vervolgens op non-actief gesteld en heeft haar arbeidsovereenkomst per 1 februari 2025 opgezegd. Bij brief van 20 december 2024, zonder kennis te hebben genomen van de opzegging van werkneemster, bevestigde Ecclesia de op non-actiefstelling wegens het vermoeden dat zij had meegewerkt aan de overstap van de PP-Groep naar een concurrent en kondigde zij een intern en extern onderzoek aan. Werkneemster betwistte de beschuldigingen en werkte slechts gedeeltelijk mee aan het onderzoek door de inloggegevens van haar zakelijke telefoon aanvankelijk niet te verstrekken. Na een kortgedingvonnis verstrekte zij deze alsnog. Na afronding van het onderzoek stelde Ecclesia haar aansprakelijk voor de geleden schade en vorderde zij € 70.000 aan contractuele boetes wegens schending van het relatie- en geheimhoudingsbeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat werkneemster het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en veroordeelt haar tot betaling van in totaal € 20.000 aan contractuele boetes. De vordering van Ecclesia tot vergoeding van de schade als gevolg van het vertrek van de PP-Groep wordt echter afgewezen. Allereerst oordeelt de kantonrechter dat een werkgever ook na het einde van de arbeidsovereenkomst een werknemer kan aanspreken op schending van verplichtingen die tijdens (en na) het dienstverband op hem of haar rusten. Het relatiebeding gold niet alleen na afloop van het dienstverband, maar ook tijdens het dienstverband. Werkneemster had haar vertrekplannen met de PP-Groep besproken, verstrekte kort voor de overstap diverse schade- en polisoverzichten en handelde daarmee volgens de kantonrechter in haar eigen belang in plaats van in het belang van Ecclesia. Hiervoor wordt zij veroordeeld tot betaling van een contractuele boete van € 10.000. Daarnaast heeft zij bedrijfsgevoelige financiële en strategische informatie over uitbetalingen aan de PP-Groep gedeeld, waarmee zij het geheimhoudingsbeding heeft overtreden. Ook hiervoor wordt een contractuele boete van € 10.000 toegewezen. Het doorsturen van correspondentie over haar op non-actiefstelling levert geen schending van het geheimhoudingsbeding op, omdat deze geen concurrentiegevoelige informatie bevatte. De gevorderde verklaring voor recht en schadevergoeding worden afgewezen, omdat onvoldoende is aangetoond dat werkneemster het vertrek van de PP-Groep heeft veroorzaakt of dat Ecclesia die schade had kunnen voorkomen. Werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten.