Naar boven ↑

Rechtspraak

ASITO PERSONEELSDIENSTEN B.V./werkneemster
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 14 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4567
Ontbinding op de h-grond wegens langdurige detentie. Geen transitievergoeding door ernstig verwijtbaar handelen.

Feiten

Werkneemster is op 8 juli 2016 bij Asito Personeelsdiensten B.V. (hierna: Asito) in dienst getreden als schoonmaakster. In 2019 is werkneemster wegens een levensdelict veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar. Als gevolg daarvan heeft werkneemster gedurende haar detentie geen werkzaamheden verricht en heeft Asito de loonbetaling gestaakt. Na haar detentie is werkneemster fulltime in dienst getreden bij een andere werkgeefster, terwijl de arbeidsovereenkomst met Asito formeel is blijven bestaan. Asito verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Volgens Asito kan van haar, gelet op de langdurige afwezigheid van werkneemster, de veroordeling wegens een levensdelict, het verloren vertrouwen en de onwil van collega's om nog met werkneemster samen te werken, niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Daarnaast verzoekt Asito te verklaren dat geen transitievergoeding verschuldigd is, omdat werkneemser ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werkneemster voert geen verweer en stemt in met de verzochte ontbinding.

Oordeel

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de h-grond. Nu werkneemster de door Asito gestelde feiten en omstandigheden niet heeft betwist, gaat de kantonrechter van de juistheid daarvan uit. Gelet op de langdurige detentie, het beschadigde vertrouwen, de inmiddels ontstane nieuwe arbeidssituatie van werkneemster en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden kan van Asito niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De arbeidsovereenkomst wordt wegens het ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster, met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onder b, BW, ontbonden per 1 augustus 2026, zonder inachtneming van de reguliere opzegtermijn. De kantonrechter oordeelt daarnaast dat werkneemster geen recht heeft op een transitievergoeding, omdat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen.