Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 9 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:6526
Feiten
Werknemer is per 17 juli 2023 in dienst getreden bij Exploitatiemaatschappij Terborgh B.V. (hierna: Terborgh in de functie van huismeester c.q. conciërge van het kasteel. In november 2025 heeft werknemer zich ziekgemeld, het loon is sinds februari 2026 niet meer uitbetaald. Werknemer vordert een veroordeling van Terborgh tot betaling van het loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging.
Oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Bij een loonvordering is het spoedeisend belang in beginsel gegeven, omdat een werknemer afhankelijk is van loonbetaling om in zijn levensonderhoud te voorzien. Werknemer ontvangt sinds februari 2026 geen loon meer, zodat de spoedeisendheid wordt aangenomen. Op dit punt is ook geen verweer gevoerd. Terborgh heeft nagelaten een bedrijfsarts in te schakelen. In dat kader wordt aangenomen dat werknemer sinds zijn ziekmelding wegens ziekte arbeidsongeschikt is voor zijn werkzaamheden. De loonvordering wordt toegewezen. Het beroep op verrekening van het loon met een mogelijke toekomstige claim van Terborgh omdat werknemer tekort zou zijn geschoten in de uitoefening van zijn werkzaamheden, wordt afgewezen. Er is niet voldaan aan de drempel voor werknemersaansprakelijkheid. In de dagvaarding is bij de feiten nog gesteld dat, hoewel contractueel 32 uur is overeengekomen, feitelijk 40 uur werd gewerkt en dat een deel van die uren ten onrechte niet is uitbetaald. Er worden echter geen consequenties verbonden aan die stelling c.q. in het petitum komt dit niet terug, zodat dit (en ook de betwisting ervan) hier geen beoordeling behoeft. Dit geldt eveneens voor de stellingen dat er geen jaarlijkse beoordeling zou hebben plaatsgevonden, dat er geen pensioenpremies zouden zijn afgedragen en dat het loon over de maanden november 2025 en december 2025 niet volledig zou zijn voldaan. Ten aanzien van dit laatste merkt de kantonrechter niettemin op dat Terborgh heeft aangegeven dat (naast het wegvallen van de reiskostenvergoeding) is uitgegaan van 90% van het loon - hetgeen aldus niet conform de hier toepasselijke Cao Horeca is. De maximale wettelijke verhoging wordt toegewezen. Ook de vordering tot veroordeling van Terborgh tot inschakeling van een bedrijfsarts is toewijsbaar evenals de vordering tot veroordeling van Terborgh tot ziekmelding van werknemer. De vorderingen van werknemer ten aanzien van onbetaalde facturen in verband met de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht lenen zich niet voor behandeling in kort geding, nu het spoedeisend belang onvoldoende is gesteld en de geschilpunten een grondig bodemonderzoek vergen, mede omdat de vorderingen gegrond zijn op de stelling dat er sprake was van een verkapt dienstverband. Ook de door werknemer ingestelde vorderingen tegen de bestuurder van Terborgh worden afgewezen, nu werknemer bestuurdersaansprakelijkheid onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Terborgh wordt in de proceskosten veroordeeld.
