Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8734
Feiten
Werknemer werkt sinds 1 oktober 2005 bij het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (hierna: werkgever) als universitair hoofddocent bij de afdeling celbiologie. Hij is hoofdonderzoeker bij een van de vijftien onderzoeksgroepen binnen celbiologie. Een onderzoeksgroep bestaat uit een hoofdonderzoeker en een vaste formatie. De afdeling celbiologie valt met de afdelingen biochemie, genetische identificatie en moleculaire genetica onder het thema biomedische wetenschappen (‘BMW’). Werkgever heeft binnen BMW een reorganisatie doorgevoerd. De afdeling celbiologie is opgeheven. Drie onderzoeksgroepen binnen celbiologie en de daarbij horende werknemers zijn overgeplaatst naar de afdeling ontwikkelingsbiologie. De andere onderzoeksgroepen, waaronder die van werknemer, zijn opgeheven. De medewerkers van die onderzoeksgroepen zijn boventallig verklaard. Nadat werknemer heeft geprotesteerd tegen het voornemen tot zijn boventalligverklaring per 1 januari 2025, heeft werkgever werknemer bij besluit van 10 februari 2025 vervolgens boventallig verklaard per 1 februari 2027. Tot 1 februari 2027 is werknemer tijdelijk geplaatst bij de afdeling ontwikkelingsbiologie. Werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit om hem boventallig te verklaren. De RvB heeft dat bezwaar na advies van de bezwarenadviescommissie van 18 juli 2025 ongegrond verklaard. Werknemer is het niet eens met het besluit om hem boventallig te verklaren. Hij wil dat de kantonrechter het besluit tot boventalligheid vernietigt, omdat dit in strijd is met artikel 7:611 BW, artikel 25 lid 3 WOR of het Erasmus MC Sociaal Beleidskader. Hij wil ook dat de kantonrechter verklaart dat door die vernietiging zijn aanstelling als universitair hoofddocent voortduurt met de voorheen geldende arbeidsvoorwaarden en taakinhoud (onderwijs, onderzoek, begeleiding) en met continuering van zijn onderzoeksgroep. Op de zitting heeft werknemer zijn eis vermeerderd en gevraagd om voor recht te verklaren dat werkgever ook geen nieuw besluit tot boventalligheid mag nemen. Werkgever heeft tegen de eisvermeerdering geen bezwaar gemaakt.
Oordeel
Het besluit tot boventalligheid wordt niet vernietigd
Sinds de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren valt werknemer onder het gewone arbeidsrecht. De kantonrechter heeft in deze fase niet de bevoegdheid om een boventalligheidsbesluit te vernietigen. Een eventuele ontslagprocedure moet eerst via het UWV lopen. De eis om te verklaren dat de vernietiging van het boventalligheidsbesluit tot gevolg heeft dat de aanstelling van werknemer als universitair hoofddocent voortduurt met dezelfde arbeidsvoorwaarden en taakinhoud (onderwijs, onderzoek, begeleiding), met continuering van zijn onderzoeksgroep, wordt afgewezen. Deze eis borduurt voort op de gevraagde vernietiging van het boventalligheidsbesluit en dat besluit wordt niet vernietigd.
Werkgever heeft niet als goed werkgever gehandeld in de plaatsings- en selectieprocedure
De kantonrechter is van oordeel dat werkgever onvoldoende heeft uitgelegd waarom juist drie andere onderzoeksgroepen mochten blijven bestaan en waarom die van de werknemer werd opgeheven. Er ontbraken objectieve en controleerbare criteria voor die keuze. Een interne adviescommissie (ASB) had eerder al geoordeeld dat het selectieproces onvoldoende transparant was en had geadviseerd dit beter te motiveren. Dat advies is volgens de kantonrechter onvoldoende opgevolgd. Ook de financiële argumenten die werkgever gebruikte om de keuze te rechtvaardigen, waren volgens de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter verklaart voor recht dat werkgever bij de selectie- en plaatsingsprocedure in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld en veroordeelt werkgever in de proceskosten.
