Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 april 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:1033
Ontslag op staande voet wegens inbraak in de digitale administratie en diefstal van digitale bestanden van werkgever is rechtsgeldig.

Feiten

Werknemer is in elk geval sinds 1 januari 2020 in dienst bij werkgever, handelend onder de naam X. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer tot vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst afgewezen. Werknemer heeft met enige regelmaat financiële problemen gekend en had als gevolg daarvan schuldeisers. X was daarvan op de hoogte. Werknemer heeft in oktober 2021 van X een auto gekocht. Werknemer en werkgever zijn overeengekomen dat werknemer daarvoor maandelijks contant een bedrag zou betalen en in maart 2023 heeft werknemer de laatste termijn van de koopprijs voldaan. De auto is vervolgens niet op naam van werknemer overgeschreven in verband met het risico dat schuldeisers van werknemer er beslag op zouden leggen. Op 16 september 2024 heeft werkgever aan werknemer de toegang tot het bedrijfspand en de terreinen van X ontzegd en verzocht de sleutels per direct in te leveren. Werkgever en werknemer hebben vervolgens gecorrespondeerd over beëindiging van de arbeidsovereenkomst maar zijn niet tot overeenstemming gekomen. Op 19 maart 2025 heeft werkgever bij de politie aangifte gedaan van verduistering in dienstbetrekking gepleegd door werknemer. In het daarvan opgemaakte proces-verbaal staat voor zover relevant dat werkgever zijn auto terug wil die werknemer in zijn bezit heeft. Op 22 april 2025 heeft werknemer de winkel en werkplaats van X betreden, heeft hij achter de computer plaatsgenomen en een USB-stick op de computer aangesloten met het oogmerk om documenten over te zetten van de bedrijfscomputer op zijn USB-stick. Op 23 april 2025 is werknemer op staande voet ontslagen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Het hof acht de gedraging van werknemer, die feitelijk neerkomt op inbraak in de digitale administratie en diefstal van digitale bestanden van zijn werkgever, zodanig dat van X niet langer gevergd kon worden om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Dat werknemer in bewijsnood verkeerde als gevolg van de onterechte aangifte en aantijging, is alleszins begrijpelijk, maar die bewijsnood rechtvaardigt geen inbraak in de bedrijfsadministratie van zijn werkgever en diefstal van digitale bestanden. Dat geldt temeer nu werknemer eerder uitdrukkelijk de toegang tot het bedrijfspand was ontzegd. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden aan de zijde van werknemer aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Dit betekent dat het hof een dringende reden voor het ontslag op staande voet aanwezig acht.