Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 14 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4560
Feiten
Werknemer is op 15 januari 2024 in dienst getreden bij IJssel Technologie B.V. (hierna: IJssel), in de functie van operationeel manager, tegen een maandsalaris van € 8.211,79 bruto exclusief overige emolumenten. Aan werknemer is een leaseauto ter beschikking gesteld. Er is een leaseautoregeling van toepassing waarin is bepaald dat als de leaseauto door werknemer te laat wordt ingeleverd hij een bedrag van € 150 per dag is verschuldigd. Per 1 januari 2025 is de functie van werknemer volgens IJssel als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen. In dat kader is werknemer per 1 januari 2025 vrijgesteld van zijn werkzaamheden en heeft hij vanaf die datum geen werkzaamheden meer verricht voor IJssel. IJssel heeft een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. Werknemer is vanaf 20 januari 2026 ziek. Het UWV heeft op 2 april 2025 de aanvraag van IJssel voor een ontslagvergunning afgewezen omdat er geen redelijke grond voor ontslag bestaat en IJssel onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht. Op 5 november 2025 heeft IJssel aan werknemer laten weten dat zij de loonbetaling stopzet vanwege het niet meewerken aan de re-integratie. Op 14 november 2025 heeft de kantonrechter een ontbindingsverzoek van IJssel afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte. Op 23 juli 2025 heeft IJssel werknemer verzocht de leaseauto in te leveren. IJssel heeft hierna in september en oktober 2025 meermaals geprobeerd om de leaseauto terug te krijgen. Op 3 november 2025 heeft werknemer de leaseauto ingeleverd bij IJssel. IJssel vraagt in deze procedure om betaling van een vergoeding omdat werknemer zijn leaseauto te laat heeft ingeleverd. Werknemer heeft verschillende tegenvorderingen ingesteld.
Oordeel
Ondanks de stellingen van werknemer dat hij de leaseautoregeling niet had ontvangen, dat de regeling een ongeldig boetebeding zou bevatten en IJssel de arbeidsvoorwaarden eenzijdig zou hebben gewijzigd, stelde de kantonrechter IJssel in het gelijk. Werknemer had een gebruikersovereenkomst ondertekend waarin stond dat hij kennis had genomen van de leaseautoregeling. Daardoor werd aangenomen dat hij met de regeling bekend was en eraan gebonden was. Ter zitting is gebleken dat er geen sprake was van een eenzijdige wijzeging van de arbeidsvoorwaarden. IJssel had een deel van de verschuldigde vergoeding direct op het salaris ingehouden. De kantonrechter oordeelde dat dit niet mocht, omdat de IJssel die vergoeding zelf als schade had aangemerkt en niet had aangetoond dat aan de wettelijke voorwaarden voor verrekening was voldaan. Daarom moest € 821,18 worden terugbetaald. Volgens werknemer heeft IJssel onterecht de vergoeding voor het te laat inleveren van de leaseauto met zijn loon verrekend, omdat IJssel alleen schade mag verrekenen bij opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van werknemer en daar geen sprake van is omdat IJssel geen schade heeft geleden door het te laat inleveren van de leaseauto. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe. IJssel heeft namelijk zelf gesteld dat de vergoeding die zij heeft verrekend met het loon schade betreft. De overige vorderingen van werknemer, waaronder te weinig betaald loon wegens vermeende verkeerde inschaling, schadevergoeding wegens verlies van leaseauto en het opnieuw beschikbaar stellen van een leaseauto worden afgewezen. Werknemer moet € 13.278,82 aan IJssel betalen.
