Naar boven ↑

Rechtspraak

ZLH B.V./werknemer
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 11 november 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3254
Werknemer heeft zijn stelling dat de akte waarop werkgeefster zich beroept vals is, afdoende bewezen. Het staat werkgeefster vrij tegenbewijs te leveren.

Feiten

Per 1 december 2017 is werknemer als hypotheekadviseur in loondienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) ZLH B.V. Bij mail van 28 december 2017 heeft ZHL aan werknemer het verzoek gedaan de bijgevoegde arbeidsovereenkomst te ondertekenen. Er is geen relatiebeding opgenomen. Aan de onderzijde staat: 1 december 2017. Op 29 oktober 2020 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst met ZLH opgezegd per 1 januari 2021, omdat hij (weer) een eigen financieel advieskantoor wilde beginnen. Op 30 oktober 2020 heeft ZLH aan werknemer per sms foto’s gestuurd van (delen van) bepalingen van een arbeidsovereenkomst. Op één daarvan staat de tekst: artikel 11 Relatiebeding en op een andere foto is een stukje van een (vage) handtekening te zien. Aan de onderzijde staat 21 november 2017. Op 3 februari 2021 heeft ZLH per e-mail een digitaal exemplaar van een ondertekende arbeidsovereenkomst aan werknemer gestuurd. Dit exemplaar wijkt af van het exemplaar waarvan per sms foto’s zijn gezonden. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de vraag of een relatiebeding is overeenkomsten tussen werknemer en ZLH. Bij eindvonnis van 13 december 2023 heeft de kantonrechter overwogen dat voldoende vaststaat dat de handtekening van werknemer op de arbeidsovereenkomst van 21 november 2017 vals is. Zij heeft de vordering van werknemer om voor recht te verklaren dat werknemer jegens ZLH niet gebonden is aan enig concurrentie- en/of relatiebeding en/of boetebeding of enig ander voor hem beperkend beding toegewezen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. De kern van het geschil betreft de vraag of de arbeidsovereenkomst waarop ZLH zich beroept, de overeenkomst is die door werknemer is ondertekend. Het geschilpunt betreft niet zeer de echtheid van de ondertekening, maar de echtheid van enig ander onderdeel van de onderhandse akte. Werknemer voert aan dat zijn handtekening met ‘knip- en plakwerk’/fotoshoppen is aangebracht op het betwiste document. Er zijn drie overeenkomsten in omloop gebracht, ZLH beroept zich op één daarvan en die komt niet overeen met de eerder door haar verstuurde foto’s en evenmin met door haar zelf ter ondertekening verstuurde exemplaren. De datum is verschoven, de handtekeningen zijn ten opzichte van het per sms verstuurde exemplaar verwisseld (van links naar rechts en andersom) en ook het lettertype is anders. Ook de inhoud is niet gelijkluidend: het al dan niet opgenomen relatiebeding, de naam van de werkgever en de duur van de arbeidsovereenkomst zijn anders. Het hof komt tot het oordeel dat werknemer zijn stelling dat de tekst van de overeenkomst waar ZLH zich in deze procedure op beroept geheel of ten dele is gemanipuleerd en later boven de handtekening van werknemer is geplaatst dan wel dat de handtekening van werknemer later (digitaal) onder de tekst is geplaatst, behoudens tegenbewijs, afdoende heeft bewezen. Daartoe is de gang van zaken vanaf de opzegging door werknemer van belang, waarbij ZLH twee verschillende overeenkomsten heeft aangeleverd die zijn ondertekend op 21 november 2017. Voorts slaat het hof acht op de door het onderzoeksbureau NFO geconstateerde discrepanties daarin. Bovendien wordt meegenomen het gegeven dat werknemer een arbeidsovereenkomst, gedateerd 1 december 2017, heeft ondertekend. Voordat een definitieve waardering wordt gegeven staat het ZLH vrij tegenbewijs te leveren.