Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 8 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:6328
Vaststellingsovereenkomst voormalig bestuurder van een stichting is onbevoegd genomen door raad van toezicht in plaats van door het bestuur, en is daardoor niet bindend voor de stichting. Toewijzing loonvordering.

Feiten

Werknemer is sinds 2004 enig statutair bestuurder van werkgeefster, een stichting. Op 21 september 2018 bereikte werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd. In overleg hebben de partijen besloten dat werknemer zijn werkzaamheden als bestuurder zou voortzetten. Na gesprekken in de zomer van 2023 tussen werknemer en werkgeefster heeft de raad van toezicht van werkgeefster op 26 juli 2023 per brief het dienstverband met werknemer opgezegd tegen 1 september 2023. Partijen hebben besloten geen gehoor te geven aan de opzeggingsbrief en treden opnieuw in overleg. Op 27 september 2023 ondertekenen werknemer en (de voorzitter van) de raad van toezicht de nieuwe vaststellingsovereenkomst. Volgens deze overeenkomst legt werknemer zijn functie als bestuurder neer per 1 september 2023, eindigt de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2024 met behoud van loon tot deze datum, en ontvangt werknemer een beëindigingsvergoeding. Werknemer is per 1 september 2023 uitgeschreven als bestuurder bij de Kamer van Koophandel. Op 11 september 2023 zijn twee nieuwe bestuurders ingeschreven. Werkgeefster schrijft werknemer in een brief van 15 september 2023 zich niet gebonden te achten aan de vaststellingsovereenkomst en daar geen uitvoering meer aan te geven. Werknemer meldt per brief van 22 december 2023 hiermee niet akkoord te gaan en zich beschikbaar te stellen voor werk. Werknemer vordert primair nakoming van de vaststellingsovereenkomst en verklaring voor recht dat werkgeefster aan werknemer decharge heeft verleend.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster moest bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst worden vertegenwoordigd door het bestuur, en dat is niet gebeurd. De raad van toezicht was slechts bevoegd tot het ondertekenen van de onderhandse akte waarin de vaststellingsovereenkomst is vervat. Het betrof een externe rechtshandeling, want werknemer als natuurlijk persoon was de wederpartij van de overeenkomst. Ook de vraag of werknemer mocht vertrouwen op de bevoegdheid van de raad van toezicht doet niet ter zake omdat een stichting een beroep kan doen op onbevoegde vertegenwoordiging als de wederpartij te goeder trouw is. Omdat werknemer tijdens het aangaan van de vaststellingsovereenkomst van 27 september geen bestuurder meer was en de nieuwe bestuurders waren aangetreden kan werknemer zich ook niet beroepen op de tegenstrijdig belang-regeling. De vaststellingsovereenkomst kan werkgeefster dus niet binden. De vaststellingsovereenkomst bevatte echter ook de beslissing om decharge te verlenen, waartoe de raad van toezicht wel bevoegd is. Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald aan de hand van de opzeggingsbrief van 26 juli 2023 en de inhoud van de arbeidsovereenkomst van 2004. Conform de opzegtermijn uit deze arbeidsovereenkomst eindigt het dienstverband op 1 maart 2024. Omdat werknemer bereid en in staat was arbeid te verrichten gaat de kantonrechter voorbij aan het verweer van werkgeefster dat werknemer tijdens een groot deel van de betrokken periode geen werkzaamheden heeft verricht. Ook het feit dat op enig moment eigenlijk niets meer te doen viel voor werknemer vormt geen reden om geen salaris te hoeven betalen. Het niet aan werknemer betaalde loon is dus verschuldigd. Dat geldt niet voor de beëindigingsvergoeding die werknemer (subsidiair) baseert op de arbeidsovereenkomst, nu werknemer zelf actief heeft aangestuurd op de beëindiging van zijn bestuurderschap. De kantonrechter wijst wettelijke verhoging over het niet betaalde loon toe, maar matigt deze tot 10% omdat het standpunt van werkgeefster niet zonder meer onverdedigbaar is gelet op het onderhavige geschil, en er dus geen sprake is van een willekeurige niet-nakoming. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.