Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7475
Een in Zweden wonende werkgeefster wordt in een verstekprocedure veroordeeld tot betaling van achterstallig loon aan een werknemer die gewoonlijk in Nederland werkte. De kantonrechter acht zich internationaal bevoegd, past Nederlands recht toe en matigt de wettelijke verhoging tot 25%.

Feiten

Werknemer verricht zijn werkzaamheden gewoonlijk vanuit Nederland voor een in Zweden wonende werkgeefster. Hij stelt dat zij gedurende meerdere jaren te weinig loon heeft betaald en vordert onder meer achterstallig loon, vakantiebijslag, de wettelijke verhoging, wettelijke rente en verstrekking van loonstroken. Werkgeefster verschijnt niet in de procedure.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu de dagvaarding overeenkomstig de Betekeningsverordening rechtsgeldig is betekend, wordt tegen werkgeefster verstek verleend. De Nederlandse rechter is op grond van Brussel I-bis bevoegd en op de arbeidsovereenkomst is op grond van de Rome I-Verordening Nederlands recht van toepassing. Nu de loonvorderingen na de verstektoets toewijsbaar worden geacht, worden deze toegewezen. De wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW wordt gematigd tot 25%. Ook de vordering tot verstrekking van de ontbrekende loonstroken wordt toegewezen, omdat werkgeefster wettelijk verplicht is loonstroken te verstrekken. Aan die veroordeling wordt een dwangsom verbonden, nu werkgeefster slechts een beperkt deel van de loonstroken heeft verstrekt. Werkgeefster wordt veroordeeld in de proceskosten.

  • Rechters: J.F. Kuiken
  • Advocaten: R. Hartman
  • Wetsartikelen: 21 lid 1 onder b sub i Brussel I-bis-Verordening, 8 lid 2 Rome I-Verordening en 7:625 BW
  • Trefwoorden: Internationaal bevoegd, Achterstallig loon en Verstekprocedure