Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:517
Feiten
Werkneemster is per 17 maart 2017 in dienst getreden bij Saint Sabina B.V. (hierna: Saint Sabina) in de functie van coördinator. Werkneemster heeft zich op 27 april 2020 ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft op 2 juni 2020 geoordeeld dat werkneemster maximaal vier uur per dag kon re-integreren. Vervolgens is werkneemster ingeroosterd, maar niet verschenen. Werkneemster heeft vervolgens een officiële waarschuwing gekregen. Vervolgens is werkneemster wederom niet verschenen, waarop Saint Sabina een tweede officiële waarschuwing heeft gegeven. Nadat werkneemster wederom niet verscheen, is werkneemster op 30 juni 2020 op staande voet ontslagen. De gemachtigde van werkneemster heeft Saint Sabina op 2 september 2020 geïnformeerd dat werkneemster via het UWV had vernomen op staande voet ontslagen te zijn, en dat zij daar niet mee akkoord ging. Correspondentie tussen partijen heeft niet tot een oplossing geleid. Werkneemster verzoekt primair vernietiging van de opzegging.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster kan niet meer in haar verzoek worden ontvangen. Het ontslag is bevestigd per brief en per aangetekende brief met afschrift per e-mail. De brief is niet retour gekomen en de e-mail is evenmin als onbestelbaar geretourneerd. Ook is de mededeling in de HR-omgeving geplaatst. Bovendien kon werkneemster berichten van Saint Sabina verwachten. Zij heeft erkend haar inroostering tijdig te hebben gezien, maar toch niet te hebben gewerkt omdat zij van oordeel was dat zij niet kon werken. Daarnaast heeft werkneemster ziekengeld aangevraagd bij het UWV. Dit had zij niet gedaan als zij van mening was nog een dienstverband te hebben. De conclusie is dat werkneemster wist of had kunnen weten op 1 juli 2020 te zijn ontslagen. Toen is de vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 sub a BW gaan lopen en na 1 september 2020 kan werkneemster dus niet meer in haar verzoek tot vernietiging van de opzegging worden ontvangen. De termijn voor vernietiging van de opzegging op grond van een dringende reden is overigens hetzelfde als bij een opzegging zonder instemming of zonder toestemming. Hoewel werkneemster daaromtrent niets heeft gesteld, wordt overwogen dat het voor Saint Sabina niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om zich op de vervaltermijnen te beroepen. Werkneemster wordt in de proceskosten veroordeeld.
