Naar boven ↑

Rechtspraak

Beter Horen B.V./werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 2 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18849
Nakoming concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werkgeefster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat bij niet-nakoming van het concurrentiebeding haar bedrijfsdebiet wordt aangetast.

Feiten

Werknemer is op 1 augustus 2016 in dienst getreden bij Beter Horen B.V. als audicien in opleiding. Per 1 juli 2018 is werknemer de functie van audicien gaan vervullen en is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is een concurrentiebeding en een boetebeding opgenomen. Op 22 september heeft werknemer Beter Horen laten weten dat hij Beter Horen gaat verlaten. Werknemer heeft Beter Horen verzocht om ontheffing van het concurrentiebeding, in die zin dat hij bij X B.V. wilde gaan werken. X. B.V. is een familiebedrijf, gespecialiseerd in op maat gemaakte hooroplossingen. Bij e-mail van 24 september 2025 heeft Beter Horen aangeboden het concurrentiebeding aan te passen van 2 jaar en 25 kilometer naar 1 jaar en 10 kilometer. Werknemer heeft op 29 september 2025 zijn arbeidsovereenkomst met Beter Horen met ingang van 1 december 2025 opgezegd. Beter Horen heeft de opzegging bij brief van 2 oktober 2025 bevestigd en gewezen op het aangepaste concurrentiebeding en het boetebeding. Op 15 december 2025 is werknemer als audicien in dienst getreden bij X B.V. Bij aangetekende brief van 23 december 2025 heeft Beter Horen werknemer gesommeerd zijn werkzaamheden bij X B.V. te plaats Y te staken en heeft zij de contractuele boetes aangewezen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter stelt voorop dat op 24 februari 2026 door de kantonrechter in Amsterdam een vonnis in kort geding is gewezen (ECLI:NL:RBAMS:2026:2159) in een procedure tussen Beter Horen en een ex-werknemer die in dienst is getreden van X B.V. bij een vestiging in Amsterdam. Die zaak vertoont opvallend veel gelijkenissen met de zaak die hier voorligt. Omdat de kantonrechter zich vrijwel volledig kan vinden in het oordeel van de kantonrechter in Amsterdam, zal dat oordeel hierna grotendeels en veelal zelfs integraal worden overgenomen. Vast staat dat het concurrentiebeding voldoet aan de formele eisen van artikel 7:653 lid 1 BW. Vast staat ook dat X B.V. een concurrent is van Beter Horen en dat de vestiging van X B.V. te plaats Y binnen de geografische reikwijdte van het (aangepaste) concurrentiebeding valt. Werknemer heeft dus gehandeld in strijd met het concurrentiebeding door, aansluitend aan zijn arbeidsovereenkomst bij Beter Horen, per 15 december 2025 bij X B.V. te plaats Y in dienst te treden. De kantonrechter is het met werknemer en X B.V. eens dat aan een concurrentiebeding slechts betekenis toekomt voor zover het strekt ter bescherming van het bedrijfsdebiet van de werkgever. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Beter Horen voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een voldoende zwaarwegend belang heeft. Het is een gegeven dat de markt waarin partijen opereren zeer competitief is. De kantonrechter vindt dat voldoende aannemelijk is geworden dat voor klanten de persoon van de audicien ertoe doet en dat klanten door een vertrouwd gezicht geholpen willen worden. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat de functie van audicien meer inhoudt dan alleen het adviseren over en verkopen van hooroplossingen. Beter Horen heeft hiermee in het kader van deze voorlopige voorziening voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het risico loopt dat zij klanten verliest door de korte afstand (6,25 kilometer) tussen de locaties van Beter horen en die van X B.V. te plaats Y. De aantasting van het bedrijfsdebiet van Beter Horen is dan ook een gegeven. Anders dan werknemer is de kantonrechter van oordeel dat werknemer niet onbillijk wordt benadeeld. Werknemer kan immers wel als audicien bij X B.V. werken, alleen niet binnen een straal van 10 kilometer vanaf Beter Horen gedurende een periode van één jaar. Er bestaat geen aanleiding om de duur van het door Beter Horen gevorderde verbod te beperken. De conclusie is dat werknemer wordt veroordeeld zijn werkzaamheden voor X B.V. binnen een straal van 10 kilometer vanaf Beter Horen gedurende een periode van één jaar te staken.