Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/AHR Clean UG
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 12 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8498
Verstekvonnis. Loonvorderingen kamerdame AHR Clean UG toegewezen.

Feiten

Werkneemster is per 1 december 2024 in dienst getreden bij AHR Clean UG (hierna: AHR) in de functie van kamerdame. Over de periode van mei 2025 tot en met oktober 2025 heeft AHR geen loon betaald aan werkneemster, terwijl zij zich toen wel beschikbaar gehouden heeft voor het verrichten van haar werk. Dit is reden geweest voor werkneemster om bij brief van 15 september 2025 de arbeidsovereenkomst met AHR op te zeggen per 1 november 2025. Bij brief van 18 december 2025 heeft werkneemster aan AHR verzocht om aan haar te betalen € 165,26 bruto aan transitievergoeding, € 4.220,25 bruto aan loon over genoemde maanden plus vakantiegeld en een bedrag aan tijdens het dienstverband opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, alsmede € 2.110,13 bruto aan wettelijke verhoging. AHR heeft deze bedragen niet betaald. Werkneemster vordert de betreffende bedragen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. AHR wordt verstek verleend. AHR heeft geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het standpunt van werkneemster dat AHR haar loon gedurende een half jaar niet heeft uitbetaald terwijl zij daarop wel recht had omdat zij beschikbaar was voor het verrichten van haar werk. Daarom moet AHR het loon alsnog betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW. Dat werkneemster om deze reden de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd is begrijpelijk, want het niet uitbetalen van loon is ernstig verwijtbaar. Dat maakt dat werkneemster ook recht heeft op transitievergoeding. Van de betaling van (de netto-equivalenten van) deze bedragen dient AHR salarisspecificaties te verstrekken, waaraan de verzochte dwangsom wordt verbonden, omdat werkneemster daarbij belang heeft. Ook de incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen. AHR wordt in de proceskosten veroordeeld.