Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/de Staat der Nederlanden (DJI)
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8472
Ontslag op staande voet werknemer Dienst Justitiƫle Inrichtingen vernietigd. Onvoldoende de-escalerend optreden door werknemer vormt geen dringende reden, terwijl klap in het gezicht van ingezetene niet is komen vast te staan.

Feiten

Werknemer is per 3 september 2018 in dienst getreden bij de Staat der Nederlanden, Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI). Werknemer is op 6 december 2025 op staande voet ontslagen vanwege een geweldsincident waarbij hij als eerste geweld zou hebben toegepast en niet de-escalerend heeft opgetreden. Het aan werknemer verweten handelen is vastgelegd op camerabeelden die ter zitting zijn bekeken. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag. DJI verzoekt voorwaardelijk ontbinding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de camerabeelden volgt dat werknemer de ingeslotene nadert tot hij dicht bij hem staat, wijzend met de vinger op beperkte afstand. Van werknemer had anders mogen worden verwacht, maar deze vaststelling is onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Werknemer heeft verklaard vanwege de dreigende houding zijn alarmknop te hebben gebruikt, waarop de ingeslotene een slaande beweging maakte. Uit de camerabeelden volgt dat de ingeslotene als eerste sloeg, vervolgens zijn partijen in een worsteling beland. Dat werknemer onvoldoende afstand hield, is hem aan te rekenen, maar niet zodanig dat het een reden voor een ontslag oplevert. De stelling van DJI dat werknemer de ingeslotene in het gezicht heeft geslagen vindt geen steun in de beelden, een dergelijke handeling zou naar oordeel van de kantonrechter zonder meer een dringende reden opleveren. Enige steun kan overigens ook worden gevonden in het ontbreken van verwondingen bij de ingeslotene. Het is moeilijk voorstelbaar dat een aantal slagen in het gezicht geen enkel zichtbaar letsel zou veroorzaken. Maar wat daarvan ook zij, niet is komen vast te staan dat het toegepaste geweld, namelijk de ingeslotene een aantal keren slaan, niet-proportioneel was, zoals werknemer is verweten. Uit de beelden blijkt ten slotte dat het werknemer lukt om op te staan, waarna is te zien dat hij een aantal bewegingen met zijn rechterbeen maakt in de richting van het bovenlichaam van de ingeslotene. Volgens DJI heeft werknemer zich hierbij schuldig gemaakt aan het schoppen van de ingeslotene terwijl die op de grond lag. Ook voor dit standpunt geldt dat als het zou komen vast te staan, het zonder meer een ontslag op staande voet zou rechtvaardigen. Maar ook dit verwijt vindt geen bevestiging in de beelden. De uitleg van werknemer is dat de ingeslotene zijn been vasthad en dat hij probeerde los te komen. Bestudering van de beelden levert steun op voor deze uitleg. Daarop is namelijk te zien dat werknemer meer achterwaartse bewegingen maakt die passen bij het lostrekken van een been en niet bij het schoppen van een ander. Dat werknemer de ingeslotene heeft geschopt terwijl hij op de grond lag, kan dus evenmin worden vastgesteld. Dat werknemer onjuist zou hebben gerapporteerd is niet komen vast te staan. Dat het onvoldoende de-escalerend optreden door werknemer het vertrouwen van DJI in werknemer zodanig aanpast dat dit reden geeft voor ontslag op staande voet, is onvoldoende vast komen te staan. Het ontslag wordt vernietigd en DJI wordt veroordeeld tot loondoorbetaling. De voorwaardelijke verzoeken van DJI worden afgewezen. DJI wordt in de proceskosten veroordeeld.