Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8168
Gemachtigde wordt niet geweigerd ondanks laakbaar nalaten rond e-mail aan getuige: werknemer oefende ongepaste druk uit op een nog te horen getuige, maar dit levert geen ernstige bezwaren op als bedoeld in artikel 81 Rv.

Feiten

Tussen werkgeefster en werknemer loopt een ontbindingsprocedure over de arbeidsovereenkomst. In die procedure heeft de kantonrechter bij tussenbeschikking van 30 januari 2026 aan werkgeefster opgedragen te bewijzen dat werknemer op 18 augustus 2025 op het kantoor van werkgeefster personen A en B heeft bedreigd met de woorden: ‘hier ga jij spijt van krijgen, je weet niet met wie je ruzie zoekt, ik weet zoveel’, en vervolgens heeft aangekondigd dat hij de woensdag daarop zou terugkomen en iemand zou meenemen. Namens werknemer heeft mr. Craenen laten weten dat onder meer mevrouw C, werkzaam bij werkgeefster, als getuige zal worden gehoord. Het getuigenverhoor is bepaald op 16 juli 2026. Op 1 mei 2026 heeft werknemer aan C een e-mail gestuurd waarin hij haar informeert dat zij als getuige zal worden opgeroepen, omdat zij een verklaring heeft ondertekend over de gestelde bedreiging. In die e-mail schrijft werknemer onder meer dat hij nooit iemand heeft bedreigd, dat C er volgens hem niet bij was en dat een getuigenverhoor onder ede betekent dat geen meineed mag worden gepleegd. Ook wijst hij haar erop dat zij contact kan opnemen met zijn juridisch adviseur, mr. Craenen, als zij meent dat sprake is van een misverstand. Mr. Dornstedt heeft namens werkgeefster de kantonrechter verzocht om mr. Craenen verder te weigeren als gemachtigde van werknemer. Volgens werkgeefster levert de e-mail van werknemer aan C een strafbaar feit op, omdat daarmee zou zijn geprobeerd haar als getuige te beïnvloeden en te bedreigen. Daarbij stelt werkgeefster dat mr. Craenen vooraf van deze actie op de hoogte was en had moeten voorkomen dat de e-mail, althans de gewraakte passages, werd verzonden. Mr. Craenen heeft zich tegen het verzoek verzet.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat artikel 81 Rv de rechter de bevoegdheid geeft om vertegenwoordiging door een gemachtigde die geen advocaat of deurwaarder is te weigeren indien tegen die gemachtigde ernstige bezwaren bestaan. Uit de toelichting volgt dat van deze bevoegdheid terughoudend gebruik moet worden gemaakt. De door de toelichting genoemde voorbeelden zien onder meer op herhaaldelijk onnodig grievend gedrag, het ten onrechte voeren van een meestertitel, evidente en ernstige ondeskundigheid of het herhaaldelijk verstoren van de normale gang van zaken, eventueel onder bedreiging van geweld.

Van dergelijke situaties is hier geen sprake. Wel neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat mr. Craenen vooraf bekend was met het voornemen van werknemer om de e-mail aan C te sturen en dat hij niets heeft gedaan om werknemer ervan te weerhouden die e-mail, althans de gewraakte passages, te verzenden. Mr. Craenen heeft immers niet betwist dat hij vooraf van de e-mail wist en evenmin toegelicht dat hij heeft geprobeerd het verzenden daarvan tegen te houden. Of hij de tekst zelf heeft opgesteld, laat de kantonrechter in het midden.

De kantonrechter oordeelt dat de e-mail verder ging dan een neutrale aankondiging dat C als getuige zou worden opgeroepen. Als dat het enige doel was geweest, had kunnen worden volstaan met de mededeling dát zij zou worden opgeroepen en dat zij een officiële oproeping zou ontvangen. De passages waarin werknemer schrijft dat hij nooit iemand heeft bedreigd, dat C er niet bij was, dat onder ede geen meineed mag worden gepleegd en dat zij contact kan opnemen als sprake is van een misverstand, lopen vooruit op haar nog af te leggen verklaring en oefenen druk op haar uit. Dat acht de kantonrechter ongepast. Het had op de weg van mr. Craenen gelegen om te proberen werknemer ervan te weerhouden die passages te laten staan. Dat hij dat kennelijk heeft nagelaten, is laakbaar. Toch is dit gedrag, mede gelet op het terughoudende toetsingskader van artikel 81 Rv, niet ernstig genoeg om mr. Craenen als gemachtigde te weigeren. Het verzoek van werkgeefster wordt daarom afgewezen.