Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 30 juni 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4028
Feiten
Werknemer zijn in dienst van KLK Kolb Specialties B.V. (hierna: KLK) in de functie van QC-analist. Zij werkten in een 5-ploegendienst. Naast het schaalsalaris ontvingen zij een ploegentoeslag van 30%. Na afloop van een pilot is voor de QC-analisten een zogenoemd QC-ploegenrooster ingevoerd en zijn werknemers overgestapt van een 5-ploegendienst naar een QC-ploegenrooster. Per brief van 23 maart 2023 heeft KLK werknemers geïnformeerd dat KLK vanaf 1 april 2021 is begonnen met het afbouwen van de ploegentoeslag van 30% naar 21% voor QC-analisten die zijn overgestapt van een 5-ploegendienst naar een QC-ploegenrooster. Werknemers vorderen nabetaling van de te weinig betaalde ploegentoeslag. Zij stellen dat KLK de afbouwregeling bij de overstap naar de lagere toeslag onjuist heeft toegepast en dat zij daarom te weinig toeslag hebben ontvangen tijdens de afbouwregeling.
Oordeel
Het vergaandste verweer van KLK is dat werknemers niet tijdig geklaagd hebben over de gebrekkige prestatie. De kantonrechter oordeelt dat de klachtplicht niet is geschonden. Aan KLK kan weliswaar worden toegegeven dat werknemers via hun gemachtigden pas laat aan KLK hebben laten weten dat ze vinden dat ze te weinig ploegentoeslag hebben ontvangen, maar KLK heeft onvoldoende gesteld dat zij daardoor is beschadigd in haar belangen. De volgende vraag is wanneer de afbouwregeling van de ploegentoeslag is ingegaan.
De kantonrechter oordeelt dat de afgesproken ingangsdatum van de cao 1 april 2021 is en dat vanaf dat moment ook de afbouwregeling gold. KLK heeft onbetwist toegelicht dat het gaat om een ondernemings-cao waarbij de cao-partijen steeds hebben afgesproken wanneer de cao in zou gaan. Het was gebruikelijk dat elke voorgaande of opvolgende cao op 1 april van het betreffende jaar inging. Ook hebben werknemers onvoldoende toegelicht waarom zij wel recht hadden op andere voorwaarden van de cao, zoals de loonsverhoging vanaf 1 april 2021, maar waarom dat niet gold voor de afbouwregeling. Tot slot zijn partijen verdeeld over de uitleg van de afbouwregeling zoals die is overeengekomen in de cao die gold vanaf 1 april 2021. Voor de uitleg van deze bepaling en de overige inhoud van de cao geldt een objectieve maatstaf. Met dit uitgangspunt komt de kantonrechter tot het oordeel dat KLK de afbouwregeling op een juiste wijze heeft toegepast. In de tekst staat namelijk duidelijk gedefinieerd dat de werknemer een percentage behoudt van het geldbedrag aan ploegentoeslag dat hij ontving op het moment van de overplaatsing. In de tekst is niet terug te lezen dat eerst het verschil tussen de oude en de nieuwe toeslag moet worden berekend. Ook volgt niet uit andere bepalingen in de cao dat eerst het verschil moet worden berekend. Dat deze uitleg voor sommige werknemers tot een kortere afbouwperiode leidt, is inherent aan de generieke afbouwregeling die is afgesproken in de cao en dat leidt niet tot een onaannemelijk rechtsgevolg. Bij het voorgaande oordeel weegt de kantonrechter mee dat werknemers allen lid zijn van de vakbonden (FNV en CNV) die met KLK het onderhandelingsresultaat hebben bereikt. Zij worden in deze procedure ook bijgestaan door juristen van FNV en CNV. Zij hebben kennelijk ingestemd met het onderhandelingsresultaat en waren dus goed geïnformeerd over de inhoud van de cao.
