Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ZRM B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 22 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18670
Kort geding. Door werknemer gevorderd loon in verband met opzegging arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd toegewezen.

Feiten

Werknemer is in dienst geweest bij ZRM B.V. (hierna: ZRM). Hij voert aan dat zijn arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet rechtsgeldig is geëindigd, en vordert onder meer loon.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vordering van werknemer betreft in hoofdzaak loon en is naar zijn aard spoedeisend. De niet op de verkrijging van loon gerichte vorderingen worden gezien als nauw verwante nevenvorderingen, waarvoor eveneens een spoedeisend belang wordt aangenomen. De kantonrechter is van oordeel dat de wijze waarop ZRM de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vooralsnog wordt er dan ook van uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst is blijven voortbestaan en dat ZRM gehouden is het loon aan werknemer door te betalen totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd. Dit betekent dat het gevorderde achterstallige salaris over de maanden april en mei 2026 wordt toegewezen. De hoogte van het nettosalaris waarop werknemer aanspraak maakt, heeft ZRM niet betwist, zodat van de juistheid daarvan wordt uitgegaan. Ook het salaris vanaf juni 2026 wordt zoals gevorderd toegewezen, een en ander totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd. De gevorderde wettelijke verhoging wordt toegekend, evenals de wettelijke rente. Aan het verstrekken van salarisspecificaties, welke veroordeling wordt uitgesproken, wordt een dwangsom verbonden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden ook toegewezen. ZRM wordt in de proceskosten veroordeeld.