Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 6 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4440
Kort geding. Overtreding concurrentie- en relatiebeding door bomenverzorger, boetes gematigd, door bomenverzorger gevorderde schadevergoeding en schorsing afgewezen. Oprichting eenmanszaak brengt geen overtreding mee.

Feiten

Werkneemster is per 17 augustus 2020 in dienst getreden bij werkgever. Werkgever houdt zich bezig met boomverzorging, dienstverlening voor de bosbouw, etc. In de arbeidsovereenkomst zijn een concurrentie-, relatie- en boetebeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst is na opzegging door werknemer geëindigd per 31 augustus 2025. Werknemer heeft van september 2025 tot en met maart 2026 voor een bedrijf gewerkt, en heeft op 1 februari 2026 een eenmanszaak opgericht. In diezelfde maand heeft werknemer contact opgenomen met klanten van werkgever. Werkgever heeft werknemer gesommeerd zijn activiteiten te staken en € 40.000 aan verbeurde boetes te betalen. Werkgever vordert, onder meer, een veroordeling van werknemer om alle werkzaamheden in strijd met het concurrentiebeding gestaakt te houden, uitschrijving van de eenmanszaak, nakoming van het relatiebeding en een voorschot op verbeurde boetes.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het spoedeisend belang van werkgever is gegeven, nu de vorderingen van werkgever tot doel hebben op korte termijn te voorkomen dat werknemer concurrerende werkzaamheden verricht. Dat werkgever werknemer pas vijf maanden na diens overstap naar een ander bedrijf heeft aangeschreven doet hier niet aan af. Door werkgever slechts enkele uren voor de zitting ingediende producties worden grotendeels niet buiten beschouwing gelaten, nu er tijdens de zitting voldoende mogelijkheden voor werknemer zijn geweest om hierop te reageren en zich te verweren. Op het laatste moment ingebrachte e-mails worden buiten beschouwing gelaten, nu werknemer heeft aangevoerd dyslectisch te zijn. Het beroep van werknemer op rechtsverwerking vanwege het door werkgever enkele maanden ‘stilzitten’ gaat niet op. Niet is gebleken dat werkgever mededelingen heeft gedaan waaruit werknemer kon opmaken dat hij niet aan de bedingen zou worden gehouden. Niet in geschil is dat het bedrijf waar werknemer voor gewerkt heeft een onderneming is die onder het concurrentiebeding valt. Het betreft een boomverzorgingsbedrijf. Het bedrijf was een klant van werkgever en na aanvang van de werkzaamheden van werknemer bij het bedrijf zijn de werkzaamheden van het bedrijf aan werkgever opgedroogd. Het is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de indiensttreding een aantasting van het bedrijfsdebiet van werkgever meebrengt.
Ten aanzien van de door werknemer opgerichte eenmanszaak geldt dat onvoldoende is onderbouwd dat de oprichting een overtreding van het concurrentiebeding oplevert. Dat de eenmanszaak op het woonadres van werknemer was ingeschreven is logisch, maar een en ander brengt geen schending mee, nu niet is gebleken dat werknemer in die regio werkzaamheden heeft uitgevoerd. Werknemer heeft het relatiebeding geschonden door twee keer contact op te nemen met een klant van werkgever, eigenaar van twee bedrijven. Werknemer is op grond van deze overtredingen boetes van € 30.000 verschuldigd. De boetes worden gematigd tot € 2.000, mede omdat de boetes ten opzichte van de maandomzet van werknemer tot een buitensporig resultaat zouden leiden, werknemer pas laat op de beperkende bedingen is gewezen en werknemer nadat hij werd gewezen op overtreding van het relatiebeding niet nogmaals in overtreding is gegaan. Werknemer wordt veroordeeld zich aan de beperkende bedingen te houden. Werknemer hoeft de inschrijving van zijn eenmanszaak niet te wijzigen, nu de enkele inschrijving van zijn onderneming nog geen concurrerende activiteit oplevert. De in reconventie gevorderde schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen, nu gebleken is dat werkgever een reëel belang heeft en werknemer zonder de beperkende bedingen het bedrijfsdebiet van werkgever kan schaden. De vordering van werknemer tot toekenning van een schadevergoeding gedurende de periode dat hij aan het beding wordt gehouden wordt afgewezen, nu is gebleken dat werknemer ook buiten de reikwijdte van de beperkende bedingen inkomsten kan vergaren. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.