Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4294
Terecht ontslag op staande voet: werknemer kwam structureel te laat en heeft onvoldoende verbetering laten zien bij het uitvoeren van de hem toegewezen taken.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 2025 in dienst getreden als winkelmanager voor een periode van acht maanden. Werkgever heeft werknemer op 6 februari 2026 op staande voet ontslagen. Werknemer zou, ondanks waarschuwingen, te laat op het werk verschijnen en schoonmaakwerkzaamheden niet (goed) uitvoeren. Werknemer is het hier niet mee eens. Er is volgens hem geen dringende reden voor het ontslag en het ontslag is niet onverwijld gegeven. Hij verzoekt de kantonrechter daarom om het ontslag op staande voet te vernietigen. 

Oordeel

Aan het ontslag ligt dus ten grondslag dat (ondanks verschillende waarschuwingen) werknemer geen verbetering heeft laten zien in het op tijd komen en het uitvoeren van de hem opgedragen werkzaamheden. Omdat er verschillende feiten ten grondslag worden gelegd aan een enkel ontslag op staande voet, is er sprake van een samengestelde dringende reden. De gehele aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde reden moet dus komen vast te staan. De aard van de werkzaamheden als winkelmanager vereiste de tijdige aanwezigheid van werknemer, omdat hij beschikte over de sleutel en verantwoordelijk was voor het openen van de winkel voor zowel klanten als leveranciers. Doordat werknemer in de ochtenden vrijwel altijd alleen werkzaam was in de winkel, ontbrak directe controle of toezicht door andere medewerkers. Om die reden moest werknemer inklokken (en uitklokken) via een tablet in het systeem Consilio. Eind september 2025 stelde werkgever vast dat werknemer zijn eigen inkloktijden achteraf had aangepast. Per Whatsapp sprak werkgever werknemer hierop aan. Werknemer betwistte dat hij de begintijd had aangepast. Volgens hem was hij vergeten in te klokken. Toen werkgever medio november 2025 de functionaliteit voor werknemer had opgeheven om de kloktijden aan te passen werd zichtbaar dat werknemer structureel te laat op het werk verscheen. Werkgever vertelde op de mondelinge behandeling dat hij werknemer daar meerdere keren mondeling op aansprak. Werknemer bleef echter te laat komen. Op 22 januari 2026 zelfs 35 minuten. Toen ook nog bleek dat werknemer belangrijke schoonmaakwerkzaamheden had nagelaten, heeft werkgever hem op 26 januari 2026 een schriftelijke formele waarschuwing (laatste waarschuwing) gegeven. Bij een controle door werkgever van het systeem Consilio een week later bleek werknemer van de acht diensten zes keer opnieuw te laat te zijn verschenen. Werkgever zond toen de ontslagbrief en het Whatsappbericht van 6 februari 2026. De kantonrechter vindt dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het had voor hem duidelijk moeten zijn dat werkgever niet langer tolereerde dat hij te laat op het werk zou komen én ook dat hij de noodzakelijke schoonmaakwerkzaamheden moest uitvoeren. Het te laat komen levert dan ook een dringende reden op voor ontslag. Het tweede dat werkgever aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd is dat werknemer onvoldoende verbetering heeft laten zien bij het uitvoeren van de hem toegewezen taken. Werknemer heeft erkend dat hij de schoonmaakwerkzaamheden niet (goed) heeft uitgevoerd op 5 februari 2026 en daarover gezegd dat dit kwam door tijdgebrek. Dat heeft niets te maken met onvoldoende functioneren, maar kennelijk met een bewuste keuze van werknemer om door tijdgebrek het schoonmaken niet (naar behoren) uit te voeren. Dat werknemer op 5 februari 2026 weer zijn taken verzaakte, kan dus, zoals werkgever ook aanvoert, gezien worden als de druppel die de emmer doet overlopen. Dit levert ook een dringende reden op. Werkgever heeft ook voldoende voortvarend gehandeld bij de opzegging. Het ontslag op staande voet blijft dus in stand. Dit maakt dat de verzochte verklaring voor recht zal worden afgewezen.