Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/DHOMUS B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 31 maart 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5350
Ontslag op staande voet wegens vervalsen van autorisaties. Fraude voldoende bewezen

Feiten

Werkgeefster houdt zich bezig met dienstverlening op het gebied van keukens, sanitair en tegels voor nieuwbouwprojecten. Werknemer is sinds 1 november 2021 bij werkgeefster in dienst en is vanaf 1 januari 2025 werkzaam voor onbepaalde tijd als servicemedewerker B. Op 28 november 2025 ontslaat werkgeefster werknemer op staande voet wegens het vervalsen van autorisaties voor creditnota's. Volgens werkgeefster heeft werknemer autorisatieverzoeken aan leidinggevenden opgesteld zonder deze te verzenden, vervolgens zelf goedkeuringen uit naam van deze leidinggevenden gecreëerd en deze vervalste e-mailketens doorgestuurd naar de financiële afdeling, zodat creditnota's konden worden uitbetaald. Na intern onderzoek, een hoor- en wederhoorgesprek en aanvullend ICT-onderzoek handhaaft werkgeefster het ontslag. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag en vordert onder meer een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Hij betwist dat er sprake is van fraude, stelt dat er onvoldoende zorgvuldig onderzoek is verricht en voert aan dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen. Werkgeefster verzoekt voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, vordert betaling van de gefixeerde schadevergoeding en vergoeding van de door de fraude geleden schade.

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft voldoende aangetoond dat werknemer autorisaties heeft vervalst en heeft voorafgaand aan het ontslag voldoende zorgvuldig onderzoek verricht. De vervalste autorisaties vormen bedrog in de zin van artikel 7:678 BW en leveren een dringende reden op voor ontslag op staande voet. Het ontslag is bovendien onverwijld gegeven en de dringende reden is tijdig aan werknemer meegedeeld. De persoonlijke omstandigheden van werknemer wegen, gelet op de ernst en het structurele karakter van de fraude, niet op tegen het belang van werkgeefster bij onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De verzoeken van werknemer tot toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging worden daarom afgewezen. De kantonrechter verklaart voor recht dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en wijst de door werkgeefster gevorderde gefixeerde schadevergoeding toe. De aanvullende schadevergoeding wegens de gestelde fraudeschade wordt afgewezen, omdat werkgeefster de omvang van de schade en het causaal verband onvoldoende heeft onderbouwd.