Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ABN AMRO Bank N.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 september 2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:6438
Verzoek om inzage in de persoonsgegevens ex artikel 35 Wbp ex-werkneemster ABN AMRO wordt toegewezen. Werkneemster heeft recht op een overzicht van de onderliggende persoonsgegevens uit interne notities en correspondentie.

Feiten

Werkneemster is per 12 maart 2001 in dienst getreden bij ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN). Werkneemster is per 1 mei 2011 uit dienst getreden. Tussen partijen heeft tevens een rechtsverhouding bestaan in verband met een door ABN aan werkneemster verstrekte hypothecaire geldlening. In november 2017 heeft werkneemster ABN verzocht opgave te doen van de haar betreffende persoonsgegevens die ABN heeft verwerkt. Hier heeft ABN diezelfde maand nog op geantwoord. Volgens werkneemster heeft ABN slechts ten dele voldaan aan haar verzoek: zo heeft ABN niet duidelijk gemaakt wat er is gebeurd met door werkneemster tijdens haar dienstverband ontvangen en verzonden e-mails. Werkneemster betwist dat deze e-mails zijn vernietigd en verzoekt om inzage voor zover deze e-mails betrekking hebben op interne correspondentie omtrent haar functioneren binnen de bank en haar aanspraken op bonussen. Verder heeft ABN zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van interne notities en correspondentie die de persoonlijke gedachten van medewerkers van ABN bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad, geen kennisneming wordt verleend. Werkneemster voert aan dat ABN geen opgave heeft gedaan van de door haar verwerkte persoonsgegevens betreffende werkneemster in het kader van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomsten van geldlening, al dan niet met hypotheekstelling. Werkneemster verzoekt een veroordeling van ABN tot het schriftelijk mededelen of de persoonsgegevens van werkneemster zijn en/of nog worden verwerkt. Werkneemster verzoekt veroordeling van ABN tot betaling van een dwangsom voor iedere dag dat zij in gebreke blijft.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster is ontvankelijk in haar verzoek, aangezien het verzoek binnen de wettelijke termijn van artikel 46 Wbp is ingediend. ABN heeft daarbij een overzicht gegeven van de e-mails met persoonsgegevens van werkneemster. Duidelijk is dat deze gegevens zijn verwerkt vanwege de arbeidsverhouding die bestond tussen werkneemster en ABN AMRO. Bovendien heeft ABN per e-mail de datum van de e-mail, het onderwerp van de e-mail en wie deze heeft verstuurd en ontvangen aangegeven. Daarmee heeft zij al voldaan aan het verzoek van werkneemster. De blote betwisting door werkneemster van de stelling van ABN dat de e-mails zijn vernietigd is onvoldoende voor toewijzing van het verzoek van werkneemster. Ten aanzien van interne notities en correspondentie voert ABN aan dat hier al over geprocedeerd is en dat een eerdere uitspraak waarin werkneemster hetzelfde verzoek had gedaan gezag van gewijsde heeft. Uit Europese rechtspraak volgt echter dat een betrokkene met enige regelmaat moet kunnen controleren of en zo ja welke persoonsgegevens worden verwerkt. Het beroep op het gezag van gewijsde van ABN slaagt daarom niet. Werkneemster heeft recht op inzage in de door ABN verwerkte persoonsgegevens, ook ten aanzien van de tussen partijen in het geding zijnde interne notities en correspondentie. Daarmee heeft werkneemster nog steeds geen recht op een afschrift van deze stukken nu deze zich niet laten kwalificeren als persoonsgegevens. Het verzoek zal aldus worden toegewezen dat ABN aan werkneemster een overzicht moet verschaffen van de onderliggende persoonsgegevens. Daarbij moet ABN mededelen de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft, de ontvangers van deze gegevens, alsmede de beschikbare herkomst van de gegevens. Ten aanzien van de hypotheekgegevens geldt dat ABN werkneemster heeft geïnformeerd dat zij persoonsgegevens van werkneemster heeft verwerkt in het kader van de hypotheekverhouding die tussen partijen bestond. Het doel was een verantwoord financieel beheer. Zij heeft daarbij een overzicht gegeven van de stukken die persoonsgegevens van werkneemster bevatten. Per stuk staat vermeld om wat voor stuk het gaat, de datum van het stuk en, voor zover nodig, waar het overgaat en welke organisaties, anders dan ABN AMRO, de gegevens hebben ontvangen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat ABN reeds heeft voldaan aan het verzoek tot inzage in de hypotheekgegevens, zodat dit onderdeel van het verzoek wordt afgewezen. Voor het verbinden van een dwangsom aan de veroordeling ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding. ABN wordt in de proceskosten veroordeeld.