Naar boven ↑

Rechtspraak

ABBOTT PRODUCTS OPERATIONS AG/werknemer
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 21 april 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:2314
Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding; werkgever handelt ernstig verwijtbaar door onterechte boventalligverklaring en onjuiste voortzetting van het reorganisatietraject.

Feiten 

Werknemer is sinds 1 augustus 2005 in dienst bij Abbott als Manager Supply Chain Training & Development. Tijdens zijn arbeidsongeschiktheid wegens burn-outklachten is hem in november 2023 meegedeeld dat zijn unieke functie vanwege een reorganisatie zou vervallen. Nadat werknemer bezwaar had gemaakt en na zijn herstel weer gedeeltelijk werkzaamheden verrichtte, ontstond tussen partijen een langdurig geschil over de vraag of werknemer moest terugkeren in zijn oude functie of in een andere passende functie moest worden herplaatst. Een door Abbott ingediende ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen werd door het UWV afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat het verval van de functie noodzakelijk was. Desondanks bleef Abbott vasthouden aan herplaatsing in een andere functie. Ook ontstond discussie over de toepasselijkheid van het sociaal plan en de voorrang die werknemer volgens hem bij interne vacatures had moeten krijgen. Nadat een mediationtraject zonder resultaat was geëindigd, verslechterde de arbeidsrelatie verder. Abbott verzocht vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van werknemer, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer verzette zich tegen de primaire ontbindingsgrond en verzocht zelf voor het geval tot ontbinding zou worden overgegaan onder meer om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van Abbott.

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Ontbinding arbeidsovereenkomst 

De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van verwijtbaar handelen van werknemer. Hoewel werknemer gesprekken heeft afgezegd en voorwaarden stelde aan het herstel van de arbeidsrelatie, waren deze reacties begrijpelijk tegen de achtergrond van de boventalligverklaring tijdens zijn ziekte, de afgewezen UWV-ontslagaanvraag, de wijze waarop Abbott het Sociaal Plan heeft toegepast en het mislukte mediationtraject. Wel is sprake van een duurzaam en ernstig verstoorde arbeidsverhouding, waardoor de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de g-grond. Herplaatsing ligt niet langer in de rede.

Billijke vergoeding 

De kantonrechter oordeelt dat de verstoring van de arbeidsverhouding in overwegende mate is veroorzaakt door ernstig verwijtbaar handelen van Abbott. Abbott heeft de functie van werknemer tijdens diens ziekte laten vervallen zonder dat daarvoor uiteindelijk een voldoende bedrijfseconomische onderbouwing bestond, heeft na de afwijzing van de UWV-ontslagaanvraag werknemer niet laten terugkeren in zijn oude functie, heeft het sociaal plan onjuist toegepast, werknemer ten onrechte geen voorrang gegeven bij interne vacatures en daarnaast een onterechte loonstop toegepast. Gelet op deze omstandigheden kent de kantonrechter een billijke vergoeding van € 30.000 bruto toe. Daarnaast heeft werknemer recht op de wettelijke transitievergoeding en dient Abbott een deugdelijke eindafrekening op te maken. De gevorderde loonsverhogingen en bonussen worden afgewezen, omdat werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat daarop aanspraak bestond. Abbott krijgt de gelegenheid het ontbindingsverzoek in te trekken vanwege de toegekende billijke vergoeding.