Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/ werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 24 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3970
Bevoegdheidsincident: de vordering houdt voldoende verband met de arbeidsovereenkomst, ook als werkgever zijn vordering (alleen) baseert op een tekortkoming in de nakoming van de opdrachtovereenkomst.

Feiten
Werknemer is in dienst geweest bij werkgever. Ook voerde hij met zijn eenmanszaak werkzaamheden voor werkgever uit op basis van een afzonderlijke overeenkomst. Volgens werkgever heeft werknemer tijdens het dienstverband ongeoorloofde overboekingen gedaan van de bankrekening van werkgever naar de bankrekening van zijn eenmanszaak. In de hoofdzaak vordert werkgever terugbetaling van een groot deel van die overboekingen. Werknemer heeft een incident opgeworpen. Hij vindt dat de kantonrechter niet bevoegd is.

Oordeel
Aan zijn vordering tot onbevoegdverklaring legt werknemer ten grondslag dat er geen sprake is van een zaak betreffende een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 93 sub c Rv en dat er ook geen andere grondslagen zijn op grond waarvan de kantonrechter bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Werkgever is het hier niet mee eens. De kantonrechter oordeelt dat uit de processtukken op dit moment niet met zekerheid valt af te leiden of werkgever zijn primaire vordering baseert op een tekortkoming door werknemer in de nakoming van de opdrachtovereenkomst tussen werkgever en (de eenmanszaak van) werknemer, of op een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer, of op beide. Dit doet voor de beoordeling van de bevoegdheid van de kantonrechter echter niet ter zake. Naar het oordeel van de kantonrechter houdt de vordering voldoende verband met de arbeidsovereenkomst, ook als werkgever zijn vordering (alleen) baseert op een tekortkoming in de nakoming van de opdrachtovereenkomst. Werkgever stelt namelijk terecht dat werknemer uitsluitend vanwege zijn positie als werknemer van werkgever toegang had tot de bankrekening van werkgever en in staat was om geld over te boeken naar de bankrekening van X. De conclusie is dat de kantonrechter zich bevoegd acht van de zaak kennis te nemen. De incidentele vordering tot onbevoegdverklaring wordt daarom afgewezen. De kantonrechter wijst partijen op de mogelijkheid van mediation. De kantonrechter wijst erop dat mediation tijdens een procedure wordt gesubsidieerd. Partijen die niet in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand hebben recht op een startbijdrage als zij vanuit de rechtspraak naar mediation worden verwezen en de mediator deelneemt aan deze regeling. Dit betekent dat de eerste 2,5 uur van de mediation partijen niets kost.