Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 12 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7408
Feiten
Werknemer is op 1 maart 2016 als general manager in dienst getreden bij Mariflex Pump Services B.V. (hierna: Mariflex PS). Vanaf 1 augustus 2022 is werknemer arbeidsongeschikt. Mariflex heeft op 17 oktober 2024 de arbeidsovereenkomst met werknemer per 1 februari 2025 opgezegd. De aandelen in Mariflex PS worden sinds 20 oktober 2021 uitsluitend gehouden door de Mariflex Group B.V. Vanaf 10 maart 2022 is bedrijf 2 (waarvan de aandelen grotendeels worden gehouden door bedrijf 1) volledig bestuurder van Mariflex Group.
Werknemer stelt dat er per 10 maart 2022 sprake was van overgang van onderneming waarbij de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden een belangrijk uitgangspunt was. Volgens werknemer was het de bedoeling de directie van Mariflex PS – onder wie werknemer – onder te brengen binnen Mariflex Group en te voorzien van dezelfde arbeidsvoorwaarden, die zouden gelden voor de andere directieleden binnen de gehele organisatie. In dat kader heeft hij onderhandeld met de bestuurder van bedrijf 1. Werknemer stelt dat een belangrijk onderdeel daarvan was de invoering van een WIA-excedentverzekering. Volgens werknemer heeft de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden niet plaatsgevonden en is hij vóór aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet aangemeld voor de WIA-excedentverzekering. In onderhavige procedure eist werknemer dat voor recht wordt verklaard dat Mariflex PS tekortgeschoten is in haar verplichtingen jegens werknemer door hem niet tijdig te verzekeren voor de WIA-excedentverzekering, dat Mariflex PS primair wordt veroordeeld tot betaling van € 225.000 aan toegezegde compensatie voor het niet tijdig verzekeren en subsidiair tot betaling van € 561.374 bruto, welk bedrag ziet op door werknemer misgelopen en nog mis te lopen WIA-uitkering tot aan zijn pensioenleeftijd, met rente en buitengerechtelijke incassokosten, en dat Mariflex PS daarnaast wordt veroordeeld tot betaling van € 48.977,10 aan geleden pensioenschade.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Er is geen sprake van overgang van onderneming
Werknemer stelt zich op het standpunt dat er per 10 maart 2022 sprake was van overgang van onderneming. Dat is volgens hem van belang, omdat Mariflex PS in dat geval (op grond van artikel 7:663 jo 7:655 BW) verplicht is haar werknemers tijdig en volledig te informeren over hun rechtspositie. Volgens werknemer had Mariflex PS hem in dat verband tijdig moeten informeren over het uitblijven van de WIA-excedentverzekering, zodat hij zelf nog eigen maatregelen had kunnen treffen. Anders dan werknemer stelt, is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van overgang van onderneming per 10 maart 2022. De enkele stelling van werknemer dat Mariflex PS ‘op enig moment onderdeel uitmaakte van een groter geheel aan ondernemingen’ is onvoldoende om te kunnen spreken van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Van een overeenkomst, fusie of splitsing is daarnaast niet gebleken. Mariflex PS heeft in dat verband gemotiveerd gesteld dat bedrijf 2 per 10 maart 2022 volledig bestuurder van Mariflex Group is geworden en daarmee ook (middellijk) bestuurder van Mariflex PS. Er was dus enkel sprake van een bestuurswissel. Omdat er geen sprake is geweest van overgang van onderneming zijn alle rechten en verplichtingen, die Mariflex PS jegens haar werknemers had, ook na 10 maart 2022 ongewijzigd gebleven en had Mariflex PS geen informatieplicht jegens werknemer over het uitbijven van de WIA-excedentverzekering.
Mariflex is niet tekortgeschoten in haar verplichtingen
Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of Mariflex PS tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter begrijpt de eis van werknemer zo dat hij zich op het standpunt stelt dat de tekortkoming van Mariflex PS er enerzijds in gelegen is dat zij geen WIA-excedentverzekering voor werknemer heeft afgesloten en anderzijds dat Mariflex PS heeft nagelaten een betere pensioenregeling voor werknemer af te sluiten. Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit de overgelegde stukken echter op geen enkele manier worden afgeleid dat er door of namens Mariflex PS voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid van werknemer is toegezegd dat de genoemde verzekering voor hem zou worden afgesloten. Vast is komen te staan dat partijen destijds hebben gesproken over het onderbrengen van de directie van Mariflex PS (onder wie werknemer) in Mariflex Group en dat daarbij ook is gesproken over de arbeidsvoorwaarden, maar niet is vast komen te staan dat de WIA-excedentverzekering daarvan een onderdeel vormde. Mariflex PS heeft ook betwist dat er bij de besprekingen met werknemer, voorafgaand aan diens arbeidsongeschiktheid, expliciet over het afsluiten van een WIA-excedentverzekering is gesproken. Daar komt nog bij dat als werknemer zou worden gevolgd in zijn stelling dat hem al zijn toegezegd dat de WIA-excedentverzekering voor hem zou worden afgesloten, niet valt te verklaren waarom hij op 2 september 2022, dus ná aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid, expliciet navraagt of er een aanvullende excedentregeling van toepassing is. Tot slot geldt dat, zelfs als wél vast zou komen te staan dat enige toezegging is gedaan, dit door de bestuurder van bedrijf 1 is gedaan en deze uitdrukkelijk heeft betwist dat hij bevoegd is of was om Mariflex PS te vertegenwoordigen of namens Mariflex PS toezeggingen te doen.
Verder is Mariflex PS niet tekortgeschoten in haar verplichtingen door na te laten een betere pensioenregeling voor werknemer af te sluiten. Hoewel uit de stukken is gebleken dat partijen bij het voornemen om de directie van Mariflex PS onder te brengen in Mariflex Group hebben gesproken over de gevolgen voor het pensioen, is ook vast komen te staan dat dit onderbrengen uiteindelijk niet is doorgegaan en werknemer in dienst van Mariflex PS is gebleven. Werknemer heeft daarnaast onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat de onderhandelingen tussen partijen over het dienstverband van werknemer bij Mariflex Group al in een zodanig vergevorderd stadium waren dat werknemer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij daadwerkelijk in dienst van Mariflex Group zou treden én dat daarmee in dat geval ook automatisch de (voordeligere) pensioenregeling bij Nationale Nederlanden voor hem zou gelden.
De conclusie is dat Mariflex PS niet is tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens werknemer. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.
