Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4164
Opzegging arbeidsovereenkomst bepaalde tijd niet rechtsgeldig. Loonvordering met verhoging van 50% wegens vertraging en transitievergoeding toegewezen. Aanzegvergoeding afgewezen.

Feiten

Werknemer is per 1 september 2025 in dienst getreden bij werkgever in de functie van leidinggevend horecamedewerker. Op 19 januari 2026 heeft werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 februari 2026, terwijl de arbeidsovereenkomst een looptijd had tot 1 maart 2026. Werknemer verzoekt de opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671 BW te vernietigen en werkgever te veroordelen tot betaling van loon tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast verzoekt werknemer betaling van de aanzegvergoeding van één maandsalaris, omdat geen schriftelijke informatie is verschaft over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Ook verzoekt werknemer betaling van een transitievergoeding van € 500.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig. Werkgever had geen instemming van werknemer of toestemming van het UWV. Werkgever had ook geen dringende reden voor een onverwijlde opzegging. Het verschuldigde loon wordt vermeerderd met de wettelijke verhoging wegens vertraging van 50% met als reden dat werkgever het loon te laat heeft betaald en niets is gebleken van een financiële (overmacht)situatie zijdens werkgever. Daarnaast wordt werkgever veroordeeld om een correcte eindafrekening uit te betalen onder overlegging van deugdelijke specificaties. Het verzoek tot betaling van de aanzegvergoeding wordt afgewezen. Werknemer is namelijk meer dan een maand van tevoren per Whatsapp geïnformeerd dat zijn dienstverband zou eindigen. De verzochte transitievergoeding van € 500 wordt wel toegewezen. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.