Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ Westlandse Stichting Voor Katholiek Onderwijs (Wsko) & Societas Europaea
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 18 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17038
Werkgeversaansprakelijkheid: het enkele feit dat werkneemster na het ongeval aanhoudende klachten ervaart (waarvoor geen medisch substraat wordt gevonden), is onvoldoende om het condicio sine qua non-verband aan te nemen.

Feiten

Werkneemster is van 2004 tot 1 september 2020 in dienst geweest van WSKO. Werkneemster is op 4 februari 2019 betrokken geraakt bij een arbeidsongeval. Toen zij ter voorbereiding van een gymles op een school van WSKO diverse materialen aan het klaarzetten was is een metalen ladder met een geschat gewicht van circa 28 kilogram omgevallen en op de linkerzijde van het achterhoofd, de nek en de schouder van werkneemster beland. Werkneemster heeft WSKO aansprakelijk gesteld voor het ontstaan van het ongeval. MSIG heeft namens haar verzekerde WSKO aansprakelijkheid erkend voor schade ontstaan door het ongeval. Beide partijen hebben vervolgens medische adviezen aangevraagd. Partijen en hun medisch adviseurs hebben van begin af aan een andere mening over het realiteitsgehalte van de klachten van werkneemster en het causaal verband tussen haar klachten en het ongeval. Werkneemster heeft daarom een verzoek tot het benoemen van een deskundige bij de kantonrechter aanhangig gemaakt. Er is een neuroloog benoemd die in een concept neurologische expertise van 17 juni 2024 de vragen van de kantonrechter heeft beantwoord. Werkneemster is vervolgens neuropsychologisch onderzocht door de neuropsycholoog, die een neuropsychologische expertise van 23 juni 2025 heeft opgesteld. De neuroloog heeft in zijn aanvullend rapport van 27 augustus 2025 geschreven dat zijn eerdere bevindingen in het neuropsychologisch onderzoek worden bevestigd en dat de door hem aangeraden psychiatrische expertise voor zijn beoordeling niet nodig is. Werkneemster verzoekt een verklaring voor recht dat de door haar opgesomde gezondheidsklachten in (juridisch) causaal verband staan met het ongeval en dat WSKO en MSIG worden bevolen mee te werken aan een verzekeringsgeneeskundige expertise.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster het gestelde causaal verband tussen haar gezondheidsklachten en het ongeval onvoldoende heeft onderbouwd en dat de door haar verzochte verklaring voor recht en het bevel om mee te werken aan een verzekeringsgeneeskundige expertise daarom niet voor toewijzing in aanmerking komen.  Ter zitting heeft (de gemachtigde van) werkneemster zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van medisch objectiveerbare klachten bij werkneemster, maar dat er sprake is van een juridisch causaal verband omdat er sprake is van een plausibel klachtenpatroon en een alternatieve oorzaak voor de klachten ontbreekt. Deze stelling van werkneemster lijkt te zijn ontleend aan de zogenoemde ‘whiplashjurisprudentie’. Deze jurisprudentie kan in deze zaak echter niet (onverkort en naar analogie) worden toegepast. De whiplashjurisprudentie vormt een uitzondering, die beperkt blijft tot gevallen waarin er weliswaar sprake is van klachten die voor het ongeval niet bestonden, maar niet van een medisch objectiveerbare afwijking die aan die klachten ten grondslag kan liggen. De kantonrechter is met WSKO en MSIG van oordeel dat het in de situatie van werkneemster gaat om een ongeval waardoor een medisch objectiveerbare afwijking kán en ook is ontstaan, te weten een kneuzing van de schouder- en nekspieren waarop de ladder is gevallen. Het enkele feit dat werkneemster na het ongeval aanhoudende klachten ervaart (waarvoor geen medisch substraat wordt gevonden), is daarom onvoldoende om het condicio sine qua non-verband aan te nemen. Dit geldt temeer nu een deel van de klachten ook al voorafgaand aan het ongeval bestond. De kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om een causaal verband aan te nemen. Dit betekent dat het verzoek van werkneemster om voor recht te verklaren dat de opgesomde gezondheidsklachten in (juridisch) causaal verband staan met het ongeval wordt afgewezen. Omdat is geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de gezondheidsklachten van werkneemster in juridisch causaal verband staan met het ongeval van 4 februari 2019, is het weinig zinvol een verzekeringsarts te benoemen om beperkingen te laten vaststellen. Dat verzoek wordt daarom bij gebrek aan belang afgewezen.