Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Total Berry Packaging B.V. en Achmea Schadeverzekeringen N.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 15 juni 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:4080
Val van de trap van werkneemster staat niet in een csqn-verband met eerder arbeidsongeval, de aansprakelijkheid is niet komen vast te staan.

Feiten

Werkneemster is per mei 2020 tewerkgesteld bij Total Berry Packaging B.V. (hierna: TBP) via een uitzendbureau. Werkneemster verrichtte werkzaamheden aan de lopende band. In 2020 zijn de vingers van de linkerhand van werkneemster bekneld geraakt tussen de lopende band, waardoor zij het topje van haar linker wijsvinger is verloren. Achmea Schadeverzekeringen N.V. (hierna: Achmea) heeft onderzoek gedaan naar de toedracht van het ongeval. Uit het toedrachtsonderzoek is gebleken dat TBP onvoldoende toezicht heeft gehouden op het naleven van de gegeven instructies. Achmea heeft namens TBP aansprakelijkheid erkend en heeft de schade in behandeling genomen. In totaal heeft Achmea inmiddels circa € 53.500 aan voorschotten aan werkneemster verstrekt. Partijen verschillen van mening over de vraag of er een oorzakelijk (csqn-)verband bestaat tussen een arbeidsongeval uit 2020 en een latere val van een vlizotrap in de privésfeer in 2022 en, zo ja, of de nadelige gevolgen van die val op grond van artikel 6:98 BW toegerekend mogen worden aan het arbeidsongeval. De essentie van de stelling waarop werkneemster haar verzoeken heeft gebaseerd, is dat zij zonder het handletsel dat zij heeft opgelopen tijdens het eerste arbeidsongeval, waarvoor TBP aansprakelijk is en waarvoor Achmea aansprakelijkheid namens TBP heeft erkend, niet van de vlizotrap zou zijn gevallen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter vindt het niet voldoende waarschijnlijk dat zonder handletsel het tweede ongeval niet zou zijn gebeurd. Concrete aanknopingspunten om waarschijnlijk te kunnen achten dat verzoekster met een gezonde linkerhand haar val wel in voldoende mate had kunnen breken om letsel te voorkomen of aanzienlijk te beperken, ontbreken. De kantonrechter merkt de val van de vlizotrap aan als een zogenoemd huis-, tuin- en keukenongeluk dat valt binnen de risicosfeer van verzoekster. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter van oordeel is dat de val van de trap niet in een csqn-verband staat met het eerste arbeidsongeval. Voor het aannemen van een vermoeden dat dit anders is, ziet de kantonrechter onvoldoende grond. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de kantonrechter de kosten alleen begroten en verweerster en Achmea niet veroordelen tot betaling daarvan. Het begrote bedrag hoeft alleen hoofdelijk door TBP en Achmea te worden betaald als de aansprakelijkheid van TBP alsnog komt vast te staan.