Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6601
Feiten
Werknemer is per 26 augustus 2019 in dienst getreden bij Google Netherlands B.V. (hierna: Google). Google heeft een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. Volgens Google is er sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer heeft aangevoerd dat hij door het Huis voor Klokkenluiders en door de Autoriteit Consument en Markt is erkend als klokkenluider, zodat hij een beschermde status heeft in de ontbindingsprocedure. Werknemer verzoekt een voorlopig getuigenverhoor te bepalen. Allereerst is volgens hem sprake van schending van het benadelingsverbod ex artikel 17e van de Wet bescherming klokkenluiders (WBK): een melder mag niet benadeeld worden gedurende en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand. Indien een melder wordt benadeeld is er sprake van een bewijslastomkering en wordt vermoed dat de benadeling het gevolg daarvan is en ligt het op de weg van de werkgever om het tegendeel te bewijzen. Verder is Google haar verplichtingen als goed werkgever volgens werknemer niet nagekomen door een gebrekkig onderzoek, nalevingsconflicten te herformuleren als samenwerkingsproblemen, vergeldingsmaatregelen te nemen tijdens ziekteverlof en een werknemer met een beschermde status te confronteren met een ultimatum. Daarnaast zou Google de re-integratie van werknemer niet tijdig en adequaat hebben bevorderd, hetgeen door het UWV formeel is vastgesteld, aldus werknemer. Voorts is er sprake van schending van artikel 15 AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geoordeeld dat de opschorting van het inzageverzoek van werknemer onwettig was. Google heeft documenten retroactief verwijderd uit latere producties en wisselende rechtvaardigingen daarvoor gehanteerd. Ten slotte is er sprake geweest van schending van gelijke behandeling ex artikel 2 en 4 WGBH/CZ door het systematisch weigeren van redelijke aanpassingen voor een gediagnosticeerde neurodivergente werknemer, gevolgd door nadelige maatregelen op basis van daaruit voortvloeiende prestatiedwang, een vorm van verboden onderscheid, aldus werknemer.
Oordeel
Niet in geschil is dat de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door Google op 20 februari 2026 is gestart voordat werknemer dit verzoek tot het horen van de getuigen heeft ingediend. Het ligt tegen die achtergrond dan ook op zijn weg om in deze proceure aannemelijk te maken dat het gevraagde voorlopig getuigenverhoor geen verband houdt met de kwesties die in de ontbindingsprocedure (de bodemprocedure) aan de orde gebracht zullen worden of daar behandeld kunnen worden. In dat geval zou er immers geen bodemprocedure zijn waarin die kwesties aanhangig zijn. Werknemer is er niet in geslaagd dat aannemelijk te maken. Alle door werknemer aangevoerde gronden voor het houden van het voorlopig getuigenverhoor zijn ook in de ontbindingsprocedure aan de orde. De vraag of werknemer als klokkenluider moet worden aangemerkt ligt ter beoordeling voor in de ontbindingsproceure, nu werknemer daarin betoogt dat de bewijslast op grond van de WBK moet worden omgekeerd. De vraag of Google als goed werkgever heeft gehandeld en de gronden die werknemer daarvoor naar voren heeft gebracht zullen bij de beoordeling of het dienstverband moet voortduren aan de orde komen. Zo nodig kunnen daar de getuigen over gehoord worden, ook over de vraag of alle documenten daarvoor beschikbaar zijn. Datzelfde geldt voor het verwijt dat Google niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. Of Google discriminatoir heeft gehandeld, heeft werknemer ook ingebracht in de ontbindingsprocedure, zodat ook daar in de bodemprocedure een oordeel zal moeten worden gevormd en zo nodig getuigen gehoord kunnen worden. In aanvulling is ter terechtzitting gebleken dat werknemer in de ontbindingsprocedure een billijke vergoeding heeft gevorderd, zodat het verzoek tot het vaststellen van een schadevergoeding geen zelfstandige grond voor een voorlopig getuigenverhoor oplevert. Het past niet (meer) in het wettelijk systeem om de door werknemer in deze procedure opgeworpen kwesties in een afzonderlijke getuigenverhoor op te helderen. Daarvoor biedt de ontbindingsprocedure alle mogelijkheden. Werknemer wordt niet-ontvankelijk verklaard en wordt in de proceskosten veroordeeld.
