Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 14 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2395
Feiten
Werknemer is op 27 juni 2016 in dienst getreden bij een aannemersbedrijf (hierna: werkgeefster). Zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd liep op 28 juli 2017 af. Werknemer is in verband met een verminderd arbeidsvermogen door mentale beperkingen via bemiddeling van het UWV bij werkgeefster in dienst gekomen. Op 26 juni 2017 is werknemer gewond geraakt tijdens zijn werkzaamheden voor werkgeefster. Werknemer verrichtte samen met collega’s werkzaamheden op een bouwplaats. Bij het omhoog hijsen van een dakpaneel is het paneel losgeraakt en omlaag gevallen. Het vallende dakpaneel heeft werknemer geraakt. Als gevolg hiervan heeft hij letsel opgelopen, waaronder breuken in zijn middenvoetsbeentjes en een scheur in zijn bekken. Werknemer heeft werkgeefster aansprakelijk gesteld voor het ongeval en de door hem geleden schade. Werkgeefster heeft bij brief van 5 maart 2018 de aansprakelijkheid afgewezen. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat werkgeefster aansprakelijk is voor alle door werknemer geleden en nog te lijden schade. Ook vordert hij veroordeling van werkgeefster tot betaling van schadevergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat er tijdens het verrichten van werkzaamheden een dakpaneel naar beneden is gevallen en dat werknemer daaronder terechtgekomen is. De precieze toedracht kan in het midden blijven. Op grond van artikel 7:658 BW is werkgeefster aansprakelijk voor de schade van werknemer, tenzij zij aannemelijk kan maken dat zij alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar mochten worden verwacht. De kantonrechter stelt in dat kader vast dat het werk op 26 juni 2017 gevaarlijk was. De zware dakpanelen werden met een hijskraan omhoog gehesen naar het dak. De gevaarlijke aard van het werk zou naar het oordeel van de kantonrechter met zich moeten brengen dat er zorg voor wordt gedragen dat er tijdens het hijsen van de panelen geen werknemers onder de panelen staan voor het geval er iets misgaat. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid bij deze gevaarlijke werkzaamheden lag niet alleen bij werknemer, maar in zwaardere mate ook bij zijn werkgeefster. Op de dag van het ongeval werkte werknemer onder begeleiding van een toezichthouder. Die toezichthouder had zich ervan moeten vergewissen dat werknemer zich aan de veiligheidsinstructies hield. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat werknemer zich soms onvoorzichtig en onstuimig gedroeg, dat men hem goed in de gaten moest houden en dat hij geen werkzaamheden alleen kon doen. Uit een verklaring van de toezichthouder blijkt dat hij tijdens het hijsen van het dakpaneel geen zicht had op werknemer. De kantonrechter leidt hieruit af dat de toezichthouder zijn toezichthoudende taak heeft verzaakt. Juist bij werknemer, van wie bij werkgeefster en de toezichthouder bekend was dat extra toezicht en instructie noodzakelijk waren, had werkgeefster meer moeten doen om zich ervan te vergewissen dat werknemer zich aan de veiligheidsinstructies hield door voldoende afstand te nemen en te houden. Werkgeefster heeft dan ook niet aan haar zorgplicht voldaan. Van bewuste roekeloosheid zijdens werknemer is niet gebleken. Werkgeefster is aansprakelijk voor de door werknemer geleden en nog te lijden schade als gevolg van het arbeidsongeval. De kantonrechter geeft werknemer gelegenheid een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
