Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 21 april 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:3431
Feiten
Werknemer is op 13 juli 2015 in dienst getreden bij Delco Europe B.V. (hierna: Delco). Hij was laatstelijk werkzaam als managing director voor 40 uur per week. Bij brief van 11 april 2025 is werknemer opgeroepen voor een ava, met als agendapunt zijn ontslag als bestuurder van Delco. Op 18 april 2025 ontving werknemer een schriftelijke toelichting op het voorgenomen ontslagbesluit. Hierin schrijft Delco onder meer dat bij werknemer sprake is van werkweigering/afwezigheid zonder bereikbaar te zijn en dat er sprake is van een onveilige werksfeer, omdat werknemer uiterst negatief is op de werkvloer. Ook zou hij een fors aantal banktransacties hebben verricht waarbij hij gelden vanaf de bankrekening van Delco heeft overgemaakt naar zijn privérekening. Werknemer is in de brief van 18 april 2025 vrijgesteld van werk. Op 28 april 2025 heeft Delco werknemer op staande voet ontslagen, vanwege kort gezegd (1) het beperkt, slecht of niet beschikbaar zijn, (2) het creëren van een onveilige werkomgeving, (3) de banktransacties naar zijn privérekening en (4) verschillende administratieve onregelmatigheden. Nadien is gebleken dat werknemer met een gokverslaving kampt. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet en subsidiair toekenning van vergoedingen. Delco verzoekt toekenning van een schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW.
Oordeel
De rechtbank oordeelt als volgt.
Opzegverbod tijdens ziekte
Werknemer beroept zich op het opzegverbod wegens ziekte, gelet op zijn gokverslaving. De rechtbank overweegt in dit kader dat in de rechtspraak is aanvaard dat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing is ten aanzien van een bestuurder, als de ziekte een aanvang heeft genomen nadat de bestuurder de uitnodiging heeft ontvangen voor de ava waarbij het ontslag van die bestuurder als onderwerp is aangekondigd. Dat laatste is in dit geval aan de orde. Delco heeft werknemer op 11 april 2025 uitgenodigd voor de ava, terwijl zij eerst op 26 april 2025 van de ziekte van werknemer op de hoogte is gebracht. Dat Delco hiervan eerder op de hoogte was, is niet gebleken. Aldus houdt het ontslag geen verband met de ziekte (gokverslaving) van werknemer.
Onmogelijkheid vernietiging arbeidsrechtelijk ontslag
Werknemer kan naar het oordeel van de rechtbank geen vernietiging vragen van het arbeidsrechtelijk ontslag op staande voet. Die mogelijkheid bestaat niet voor een werknemer die ook bestuurder is van een bv, zoals werknemer. Vernietiging van een opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1 sub a BW kan alleen worden verzocht als de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. In geval van een bestuurder kan de werkgever echter op grond van voornoemd artikel de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opzeggen zonder dat daarvoor instemming van die bestuurder is vereist. De opzegging door de werkgever van een arbeidsovereenkomst met een bestuurder kan dan ook niet in strijd zijn met artikel 7:671 BW. Het voorgaande volgt ook uit artikel 2:244 lid 3 BW. Voornoemd artikel staat overigens niet in de weg aan de nietigheid of vernietiging van een vennootschapsrechtelijk ontslag(besluit). Dat is echter niet verzocht. Het primaire verzoek van werknemer wordt afgewezen.
Vergoedingen
Subsidiair verzoekt werknemer toekenning van de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Hij legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen. Hierin volgt de rechtbank werknemer niet. Wat er van de overige redenen ook zij, de overboekingen naar zijn privérekening leveren naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op. Vast staat dat het in ieder geval gaat om een bedrag van meer dan € 700.000 over de periode 2019 tot en met 2025. Gelet op de omvang van de overboekingen, het tijdsverloop en het feit dat werknemer getracht heeft de overboekingen verborgen te houden voor Delco door de boekhouding te manipuleren, neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat er sprake is geweest van opzet als bedoeld in artikel 7:661 BW. Dat er bij werknemer al langere tijd sprake is geweest van een ernstige vorm van gokverslaving impliceert niet dat hij niet in staat zou zijn geweest om zijn wil met betrekking tot het gokken en meer specifiek, het om daarin te kunnen voorzien overboeken van de gelden van de rekeningen van Delco naar zijn privérekening en het in verband daarmee manipuleren van de boekhouding, in vrijheid te bepalen. De rechtbank oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen zijdens werknemer, waardoor hij geen recht heeft op de verzochte vergoedingen.
Onrechtmatige daad
Delco verzoekt veroordeling van werknemer tot betaling van een bedrag van € 800.000. De rechtbank oordeelt als volgt. Dat er bij werknemer de afgelopen jaren sprake is geweest van een ernstige vorm van gokverslaving impliceert zoals gezegd niet, althans niet zonder meer, dat hij niet in staat zou zijn geweest om zijn wil in vrijheid te bepalen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en nu het onrechtmatig handelen voor het overige niet wordt betwist, wordt het verzochte bedrag van € 800.000 toegewezen.
