Naar boven ↑

Rechtspraak

Humby B.V./X b.v. c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 2 december 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:11921
Kwalificatie; geen sprake van arbeidsovereenkomst, maar van managementovereenkomst. Aard en duur werkzaamheden wijzen richting arbeidsovereenkomst, maar X hoefde werk niet persoonlijk uit te voeren, stuurde facturen voor ‘managementfee’ met btw en gedroeg zich als ondernemer.

Feiten

Humby B.V. is een dienstverlener, actief op het gebied van opslag en transport. X heeft vanaf 1 januari 2023 werkzaamheden voor Humby verricht op basis van een overeenkomst van opdracht tussen Humby en de bv van X. Humby en X hebben op 12 juli 2023 een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Door middel van een separate overeenkomst van koop en verkoop heeft X 25% van de aandelen in Humby verworven, tegen een koopprijs van € 230.000. Humby heeft aan de bv van X over de periode van 1 januari 2023 tot 27 februari 2025 een bedrag van € 6.611 exclusief btw per maand betaald voor de verrichte werkzaamheden. Op 27 februari 2025 heeft Humby de overeenkomst met de bv van X opgezegd met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden. De vraag die partijen thans verdeeld houdt, is of er sprake is (geweest) van een arbeidsovereenkomst of van een managementovereenkomst.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt aan de hand van de Deliveroo-gezichtspunten als volgt. Partijen zijn het erover eens dat de aard van de werkzaamheden, zoals beoogd in de overeenkomst, bestond uit het verrichten van commerciële werkzaamheden voor Humby. X en diens bv hebben onbetwist gesteld dat X nauwelijks commerciële werkzaamheden heeft verricht, maar vooral magazijnwerkzaamheden in de loods heeft verricht. Gesteld noch gebleken is dat de verrichte werkzaamheden bijzondere verrichtingen betreffen. Uit de schriftelijke overeenkomst volgt niet dat er sprake is van een resultaatsverbintenis. Daarnaast is de overeenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd. De aard van de werkzaamheden en de overeengekomen duur van de overeenkomst vormen dan ook aanwijzingen dat er sprake is (geweest) van een arbeidsovereenkomst. De overige gezichtspunten wijzen (of in geen enkele richting of) meer in de richting van een managementovereenkomst. Zo is in de schriftelijke overeenkomst niets vermeld over een verplichting tot persoonlijk uitvoeren van het werk. Nu de overeenkomst is aangegaan met een onderneming en niet met X in privé, had het voor de hand gelegen dat een dergelijke bepaling in de overeenkomst was opgenomen, als Humby uitsluitend van de diensten van X gebruik wilde maken. Nu een dergelijk beding niet is opgenomen, blijkt niet dat X zich niet mocht laten vervangen door een derde. Voorts overweegt de kantonrechter dat zowel uit de schriftelijke overeenkomst als uit de aandeelhoudersovereenkomst blijkt dat partijen de wens hadden op basis van een overeenkomst van opdracht samen te gaan werken. Daarnaast blijkt ook uit de door X ondertekende aandeelhoudersovereenkomst dat partijen het voornemen hebben met elkaar samen te werken zolang er sprake is van een managementovereenkomst tussen X en/of diens meester en Humby. Dit wijst erop dat partijen een managementovereenkomst zijn overeengekomen en geen arbeidsovereenkomst. Ten aanzien van de beloning oordeelt de kantonrechter dat vaststaat dat uit naam van de bv van X voor de verrichte werkzaamheden facturen zijn gestuurd aan Humby. In de facturen staat als omschrijving ‘managementfee’ en er werd btw in rekening gebracht. Bovendien heeft Humby onweersproken gesteld dat de bv van X aan de heer X salaris heeft betaald voor de werkzaamheden uit hoofde van een arbeidsovereenkomst tussen X en diens bv. Ten slotte oordeelt de kantonrechter dat X zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt en dit ook voorheen al deed, hetgeen eveneens een aanwijzing vormt voor het bestaan van een overeenkomst van opdracht. Al met al komt de kantonrechter tot het oordeel dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De door Humby verzochte verklaring voor recht in dat kader wordt toegewezen.