Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 4 mei 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:4408
Werkgeefster bij verstek veroordeeld tot betaling achterstallig loon met wettelijke verhoging en rente.

Feiten

Werknemer is in dienst van werkgeefster. Werknemer vordert in kort geding veroordeling van werkgeefster tot betaling van achterstallig loon van € 2850 bruto per maand over de periode november 2025 tot en met april 2026, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Werkgeefster is niet in het geding verschenen; tegen haar is verstek verleend.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de aard van de vordering blijkt voldoende dat er sprake is van een spoedeisend belang. De vordering inzake het achterstallig loon wordt toegewezen, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De inmiddels door werkgeefster betaalde bedragen dienen wel op het te betalen bedrag in mindering te worden gebracht. De wettelijke verhoging en wettelijke rente worden toegewezen zoals gevorderd.