Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 13 april 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:6131
Feiten
Werknemer is een kortgedingprocedure begonnen tegen werkgeefster. In deze procedure vordert werknemer betaling van het achterstallig loon (waaronder in ieder geval het nog het te ontvangen loon over februari en maart 2026), vermeerderd met de wettelijke rente en wettelijke verhoging. Ook vordert werknemer veroordeling van werkgeefster tot betaling van alle aan werkgeefster verzonden facturen die werknemer als zzp'er aan werkgeefster heeft verzonden, evenals de betalingsverschillen tussen de facturen en de daadwerkelijk door hem ontvangen bedragen. Verder vordert werknemer werkgeefster te veroordelen tot inschakeling van een bedrijfsarts binnen zeven dagen na betekening van het vonnis en tot het ziekmelden van werknemer (intern en bij het UWV), beide op straffe van een dwangsom van € 250 per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet hieraan voldoet, tot een maximum van € 10.000 is bereikt. Tot slot vordert werknemer om werkgeefster te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente. Werkgeefster is niet verschenen in de procedure.
Oordeel
Nu aan alle voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping is voldaan én de vorderingen van werknemer de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, worden alle vorderingen van werknemer toegewezen.
