Naar boven ↑

Rechtspraak

Baas B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 20 februari 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2456
Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door plots aan te sturen op het eindigen van het dienstverband.

Feiten

Werkneemster is op 1 januari 2024 in dienst getreden van Baas B.V. Op 2 mei 2025 heeft zij gesolliciteerd op de vacature van functie A die door Baas was uitgezet. Op 29 mei 2025 heeft de leidinggevende aangegeven dat de heer X werkneemster de functie A wilde aanbieden. Op 17 juli heeft een gesprek plaatsgevonden waarin Baas heeft aangegeven dat het aanbod voor de functie A werd ingetrokken. Op 17 juli 2025 heeft werkneemster een melding gedaan bij de externe vertrouwenspersoon van ongewenst gedrag van de heer X. Dezelfde dag heeft de vertrouwenspersoon de melding besproken met de heer X. op 18 juli 2025 heeft de heer X een brief verzonden aan werkneemster waarin hij onder meer het volgende aangeeft: “Na zorgvuldige overweging zijn wij tot de conclusie gekomen dat er onvoldoende basis is voor een voortzetting van onze samenwerking. Wij hebben daarom besloten de arbeidsovereenkomst met u te beëindigen. Met ingang van vandaag wordt u vrijgesteld van werkzaamheden. Dit betekent tevens dat u gedurende deze periode niet op kantoor wordt verwacht.” Op 21 juli 2025 heeft werkneemster een e-mail gestuurd naar de heer X en haar leidinggevende. Daarin heeft zij aangegeven dat zij wil werken en daarom wil weten waar zij als A aan de slag kan. Er heeft mediation plaatsgevonden tussen partijen, maar dit heeft niet geleid tot een oplossing. Bij e-mail van 8 oktober 2025 van de gemachtigde van Baas is aan werkneemster excuses aangeboden en is een functie aangeboden als A binnen een andere regio. Werkneemster heeft het aanbod voor de functie afgewezen. In deze procedure verzoekt Baas de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat er sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van Baas in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook de kantonrechter is genoegzaam gebleken dat daarvan sprake is. De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Partijen zijn het erover eens dat werkneemster recht heeft op een transitievergoeding. Over de hoogte van de verschuldigde transitievergoeding bestaat tussen partijen wel verschil van mening. Partijen verschillen namelijk van mening over de vraag of er overeenstemming is bereikt over de functie A en of bij de berekening van de transitievergoeding dient te worden uitgegaan van het bij die functie behorende salaris. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake was van een volledig aanbod en dat met het aanvaarden van dat aanbod overeenstemming kon worden bereikt over de essentialia van de overeenkomst. Op het punt van het al dan niet tijdelijk zijn van de overeenkomst is geen overeenstemming bereikt. De kantonrechter is van oordeel dat dit een essentieel deel van de overeenkomst is, zodat geen overeenkomst tot stand is gekomen voor de functie A. Voor de berekening van de transitievergoeding dient te worden uitgegaan van het bij de huidige functie van werkneemster behorende salaris. Werkneemster verzoekt in het tegenverzoek om toekenning van een billijke vergoeding omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:671b lid 9 onder c BW). De kantonrechter is van oordeel dat Baas met het plots aansturen op het eindigen van het dienstverband met de brief op 18 juli 2025 ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarbij acht de kantonrechter ook ernstig verwijtbaar dat Baas in de persoon van de heer X de brief heeft verstuurd terwijl hij wist dat er een klacht tegen hem was ingediend vanwege ongewenst gedrag. Verder heeft Baas in strijd met de gedragscode de melding besproken met de heer X en de identiteit van werkneemster gedeeld. Dit handelen acht de kantonrechter ook ernstig verwijtbaar. De kantonrechter wijst een bedrag van € 50.000 bruto aan billijke vergoeding toe.