Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Connectica Groep B.V. en Detamo Flex Force B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6304
Geschil in verband met afkoop concurrentiebeding en door Connectica Groep B.V. in reconventie gevorderde boetes wordt door de rechtbank doorverwezen naar de kantonrechter, nu sprake is van een geschil dat met de arbeidsovereenkomst te maken heeft.

Feiten

Werkneemster is per 4 mei 2018 in dienst getreden bij Connectica Groep B.V. (hierna: Connectica). Zij vordert gedeeltelijke ontbinding van een in februari 2025 gesloten overeenkomst tot afkoop van het concurrentiebeding en hoofdelijke veroordeling van Connectica en Detamo Flex Force B.V. (hierna: Detamo) tot betaling van een boete van € 10.000 uit hoofde van de afkoopovereenkomst en tot betaling van schadevergoeding. Ook vordert werkneemster een vervangende schadevergoeding ten aanzien van een toezegging tot levering van aandelen in Detamo. Dit betreft een toezegging die volgens werkneemster in november 2020 zou zijn gedaan. Connectica c.s. voert verweer en voert aan dat werkneemster is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de afkoopovereenkomst, waardoor het concurrentiebeding zou zijn herleefd. Connectica heeft het concurrentiebeding opnieuw ingeroepen en vordert in reconventie betaling van de contractuele boete van € 50.000. 

Oordeel

De rechtbank oordeelt als volgt. Uit artikel 93 aanhef en onder c Rv volgt dat zaken betreffende een arbeidsovereenkomst door de kantonrechter worden behandeld en beslist. Deze laatste zinsnede moet ruim worden uitgelegd. De rechtbank constateert ambtshalve dat in elk geval de gevorderde contractuele boete van € 50.000 betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst. Indien sprake is van verschillende vorderingen en ten minste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 onder c Rv, worden alle vorderingen door de kanontrechter samen behandeld en beslist. Omdat eiser de vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, wordt de zaak ambtshalve naar de kantonrechter verwezen. Connectica c.s. heeft de rechtbank verzocht dezelfde praktische oplossing toe te passen als die de rechtbank Gelderland heeft toegepast in de zaak van 26 oktober 2023. In die zaak lijkt de rechtbank slechts een schikking in een mondeling vonnis te hebben vastgelegd in een zaak met een belang van minder dan € 25.000. Deze zaak ligt echter anders. Dit betreft een aardzaak en in deze zaak dient nog een volledige inhoudelijke behandeling plaats te vinden. Daarbij zal het arbeidsrecht moeten worden toegepast. Die praktische oplossing is in deze zaak daarom niet mogelijk.