Naar boven ↑

Rechtspraak

Raamovereenkomst in uitzendbranche uitgelegd naar Haviltex-maatstaf. Het niet verstrekken van urenspecificaties levert, gelet op hetgeen partijen zijn overeengekomen, geen schending van de zorgplicht van een goed opdrachtnemer op.

Feiten

Partijen zijn allebei actief in de uitzendbranche. Growth Accelerator Services B.V. (Growth) richt zich op het inhuren en doorlenen van personeel. Pay for People B.V. (PFP) houdt zich bezig met het ter beschikking stellen van werknemers aan inleners. Partijen hebben een raamovereenkomst gesloten, op basis waarvan zij vraag en aanbod naar werk bij elkaar zouden brengen. Uit hoofde van deze overeenkomst is Growth een vergoeding aan PFP verschuldigd die wordt berekend door het bruto-uurloon van de werknemer te vermenigvuldigen met een factor. Wat partijen verdeeld houdt, is of daarbij de met werknemer overeengekomen contracturen of de daadwerkelijke door werknemer gewerkte uren als uitgangspunt moeten worden genomen. De overeenkomst bevat (standaard)afspraken waaruit volgt dat moest worden aangesloten bij de daadwerkelijk gewerkte uren, maar uit Bijlage I blijkt daarentegen dat Growth destijds heeft gekozen voor een vast maandloon. Aangezien Growth de facturen van PFP ondanks verschillende aanmaningen niet betaalde, is PFP deze procedure gestart. Bij verstekvonnis van 17 juli 2024 is Growth veroordeeld tot betaling. Growth vordert in verzet uitvoerbaar bij voorraad het verstekvonnis te vernietigen. In reconventie vordert Growth betaling van misgelopen inkomsten. Growth legt hieraan ten grondslag dat PFP haar zorgplicht ex artikel 7:401 BW heeft geschonden door geen urenspecificatie over te leggen waarmee zij een vergoeding kon ontvangen van een opdrachtgever/inlener. PFP betwist dat zij gehouden was om een urenspecificatie bij te houden.

Oordeel

De rechter oordeelt als volgt. Partijen hebben beoogd een uitzondering te maken op de bepalingen in de raamovereenkomst met Bijlage I. In de gegeven omstandigheden leidt dit tot de conclusie dat partijen met elkaar een vast maandloon zijn overeengekomen (Haviltex-maatstaf). De rechter verklaart in conventie het verzet ongegrond en bekrachtigt het gewezen verstekvonnis met een veroordeling van Growth in de proceskosten [dat in rechtsoverweging 5.2 juist PFP wordt veroordeeld in de proceskosten lijkt, gelet op rechtsoverweging 4.8, een kennelijke verschrijving, red.]. In reconventie overweegt de rechter wederom dat partijen zijn overeengekomen dat PFP een uurtarief van Growth zou ontvangen gebaseerd op de vaste contracturen. In dat licht kan de rechtbank niet vaststellen dat PFP door geen urenspecificaties over te leggen, haar zorgplicht in de zin van artikel 7:401 BW heeft geschonden dan wel anderszins is tekortgeschoten in de nakoming. De rechter wijst de vorderingen in reconventie af met een veroordeling van Growth in de proceskosten. In conventie en reconventie wordt Growth daarnaast veroordeeld in de nakosten.