Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 22 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4464
Loonvordering ten onrechte bij verzoekschrift ingesteld. Kantonrechter zet op grond van artikel 69 Rv de procedure om naar een dagvaardingsprocedure.

Feiten

Werkneemster is per 1 augustus 2023 in dienst getreden bij werkgeefster. Zij stelt dat werkgeefster het loon over maart en april 2026 niet heeft betaald en verzoekt bij verzoekschrift onder meer betaling van achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft haar loonvordering bij verzoekschrift ingesteld. Voor een vordering tot nakoming van de betalingsverplichtingen uit een arbeidsovereenkomst geldt echter de dagvaardingsprocedure. Niet is gebleken dat er sprake is van een verzoekschriftprocedure als bedoeld in artikel 7:686a lid 2 of 3 BW. Op grond van artikel 69 Rv dient de kantonrechter ambtshalve te beoordelen of de juiste procesinleiding is gebruikt. Nu de zaak op het verkeerde procesrechtelijke spoor is aangebracht, wordt de procedure voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Werkneemster krijgt de gelegenheid haar stellingen zo nodig aan de daarop toepasselijke procesregels aan te passen en dient werkgeefster bij exploot van een deurwaarder op te roepen tegen de door de kantonrechter bepaalde roldatum. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.